Vaccineren

Waarom en wanneer vaccineer ik mijn huisdier

Het vaccineren of inenten tegen bepaalde ziekteverwekkers wordt voornamelijk gedaan uit het oogmerk van preventie, om te beschermen tegen die bepaalde ziekte en om verspreiding ervan tegen te gaan. We enten daarom vooral tegen virussen en bacteriën die na besmetting zonder tijdige behandeling een dodelijke afloop ten gevolge kunnen hebben.

Door het vaccineren wordt er een “immunologisch geheugen” aangemaakt. De entvloeistof bevat verzwakte of gedode ziekteverwekkers, die niet meer ziek kunnen maken, maar die het afweersysteem wel een seintje geven dat hier weerstand tegen opgebouwd moet worden. Dit wakker schudden van het immuunsysteem zorgt voor de productie van antistoffen. Komt het lichaam op een later tijdstip daadwerkelijk in contact met het bewuste virus of de bacterie waartegen gevaccineerd is, dan staat het afweersysteem direct paraat om te reageren en “terug te vechten” tegen de infectie.

Waarom moet ik mijn huisdier eigenlijk laten inenten

De meeste vaccins zijn gericht tegen virussen. Een virus is niets anders dan een stukje erfelijk materiaal met een kapsel erom. Ze hebben cellen van levende wezens, gastheren genoemd, nodig om zich in te vermenigvuldigen, waarbij die gastheercellen in de regel afsterven. Welke ziekteverschijnselen het virus veroorzaakt, en hoe ernstig deze zijn, hangt af van de plaats in het lichaam waar het virus zich het liefst in vermenigvuldigt.

Is uw huisdier eenmaal besmet besmet met een virusinfectie, dan zijn er in de regel geen specifiek tegen virusgerichte medicijnen beschikbaar om het dier te behandelen. Dit in tegenstelling tot bacteriële infecties, waarvoor antibiotica bestaan. De behandeling zal bestaan uit het onderdrukken, verlichten en het bestrijden van de symptomen, de ziekteverschijnselen die optreden ten gevolge van de virusinfectie zoals bijv. koorts, luchtwegproblemen, braken en diarree. Tevens zal geprobeerd worden het dier zo goed mogelijk te ondersteunen met bijv. het toedienen van vocht.

Een dier met een virusinfectie laat men dus uitzieken, hij moet de opgelopen virusinfectie doormaken en doorstaan. De virussen waartegen gevaccineerd wordt zijn meestal dusdanig levensbedreigend dat zelfs wanneer een dier de infectie overleeft, er levenslang restverschijnselen overblijven. Daarom is voorkomen beter dan genezen.

Hoe kan het dan dat er toch nog altijd mensen die hun huisdier niet of niet regelmatig laten inenten zonder dat hun dier ziek wordt?

In Nederland zijn gelukkig bijna alle huisdiereigenaren erg betrokken bij hun dier, zijn ze goed voorgelicht, is de levensstandaard relatief hoog, zijn er meer dan genoeg dierenartsen op kleine afstand van de woonplek, bestaan er zelfs verzekeringen voor huisdieren en bezoeken huisdiereigenaren met enige regelmaat een dierenartsenpraktijk. Hierdoor zijn bijna alle huisdieren in ons land wel goed ingeënt. De eigenaren van niet-gevaccineerde dieren profiteren dan ook eigenlijk van het goede gedrag van de meerderheid.

Desalniettemin komt het helaas maar al te vaak voor dat niet ingeënte huisdieren wel ziek worden, en soms zelfs overlijden. De kans dat een niet-gevaccineerde dier ziek wordt, hangt samen met het risico op besmetting. Omdat we in ons land meer dan 5 miljoen huisdieren hebben en we dicht op elkaar wonen, kunnen we regelmatig contact tussen onze huisdieren met andere dieren niet vermijden en is het belangrijk uw dier regelmatig te laten vaccineren.

Doordat wij onze huisdieren in ons land zo netjes en regelmatig laten vaccineren, komen de meest levensbedreigende ziektekiemen niet meer op grote schaal voor. Maar wanneer eigenaren daardoor zouden besluiten dat inenten niet meer zo belangrijk is, lopen we de kans dat in de loop der tijd het voorkomen van die ziekteverwekkers, bijv. door insleep uit het buitenland of verspreiding binnen de landsgrenzen, wederom toeneemt, met alle gevolgen van dien.

Wanneer moet ik mijn huisdier laten inenten

Om de optimale effectiviteit te halen uit de vaccinatie, is het het het beste alleen gezonde dieren te enten. Voor een goede weerstandsopbouw en een goede productie van antistoffen is het noodzakelijk dat het afweersysteem optimaal werkt. Ziekte, een worminfectie en/of verkeerde voeding kunnen de vaccinatie minder goed laten aanslaan. Het is dan ook van belang om in ieder geval enkele weken voor het inenten uw huisdier te ontwormen.

Bij het inenten van zieke dieren is er, behalve de verminderde weerstandsopbouw tegen de ziekte waartegen geënt wordt, nog het risico op een zgn. entreactie. Een entreactie betekent het ontstaan van lichte ziekteverschijnselen van de ziekte waartegen geënt wordt. Omdat het afweerapparaat al druk bezig is met het overwinnen van de ziekte die het dier al onder de leden heeft, krijgen de extra ingespoten ziekteverwekkers ook een kans om aan te slaan. En dat is natuurlijk niet de bedoeling. Het kan echter zijn dat uw huisdier een bepaalde aandoening die niet van invloed hoeft te zijn op de inenting, of dat uw dier een chronische aandoening heeft waartegen hij al gedurende enige tijd wordt behandeld. In dergelijke gevallen kan de dierenarts besluiten toch te vaccineren. Dit dient u met uw dierenarts te overleggen.

Na de vaccinatie bouwt het dier zelf weerstand op door middel van de vorming van antistoffen (antilichamen). Deze opgebouwde bescherming neemt in de loop van de tijd langzaam af. Het is wel zo dat geen enkele inenting 100% bescherming geeft. Er zullen altijd dieren zijn die na een inenting een minder goede weerstand opbouwen.

Bovendien is de weerstandsopbouw na vaccinatie bij verschillende ziekten niet even goed of langdurig. Er zijn inentingen die jaarlijks herhaald moeten worden (bij honden ziekte van Weil en Kennelhoest; bij katten Niesziekte), maar er bestaan ook vaccinaties die maar 1 maal in de 2 of 3 jaar gegeven hoeven te worden (bij honden Hondenziekte, Parvo, Besmettelijke Leverziekte, Rabiës; bij katten Kattenziekte).

Verder zijn er aanwijzingen dat er bij honden rasverschillen zouden kunnen bestaan. De “black and tan” rassen (zoals de Dobermann, de Rottweiler en de Duitse Herder) zouden gevoeliger zijn voor Parvo-virus dan andere rassen.

Daarnaast is het logischerwijs aan te nemen dat hele oude dieren hun weerstand minder goed op peil kunnen houden waardoor de enting minder effectief aanslaat of het risico geeft op een “entreactie”.

Vanwege de omstandigheden waaronder onze huisdieren leven (bijvoorbeeld het intensieve contact met andere dieren en hun uitwerpselen) en bovengenoemde redenen, is het zinvol uw huisdieren levenslang en regelmatig te vaccineren, om de afweer op peil te houden.

Een goed begin is het halve werk

Voor een goede start wordt er begonnen met enten op jonge leeftijd. Bij hele jonge dieren is het afweersysteem nog in opbouw, maar wanneer het moederdier gevaccineerd is krijgen ze reeds in de baarmoeder via de placenta antistoffen en na de geboorte kunnen ze ook nog enige tijd via de moedermelk (biest) antistoffen opnemen via de darmen. Op deze manier zijn ze dus tijdelijk beschermd. Naarmate de tijd verstrijkt wordt het gehalte aan antistoffen in de melk minder en bovendien gaan de jonge dieren steeds minder drinken en meer vast voedsel eten. Hierdoor loopt de bescherming door maternale immuniteit af en is het tijdstip aangebroken dat de dieren zelf afweer kunnen en moeten gaan opbouwen. Voor pups is dit op een leeftijd vanaf 6 weken, voor kittens houden we een leeftijd van 9 weken aan.

Inenten op een leeftijd vroeger dan de aangegeven 6 of 9 weken kan ervoor zorgen dat de antistoffen die de jonge dieren van hun moeder gekregen hebben, reageren op de ziekteverwekkers in het vaccin en ze onschadelijk maken. Het afweersysteem van het jonge dier kan niet meer wakker worden geschud, de maternale antistoffen storen dus de eigen weerstandsopbouw na vaccinatie en het dier is niet beschermd.

De meeste jonge dieren komen voordat ze 12 weken oud zijn in contact met andere dieren, dat is voor de socialisatie namelijk heel belangrijk. Omdat niet alle dieren gezond zijn en er ook ruim gesnuffeld wordt aan elkaars ontlasting, waarin de meeste ziekteverwekkers uitgescheiden worden, is het verstandig ruim voor de 12 weken te vaccineren.

Entschema’s

Entschema voor de hond:

  • 6 weken: Puppy enting ( Hondenziekte en Parvo)
  • 9 weken: Parvo/Weil enting en evt. Kennelhoest (afh. van noodzaak)
  • 12 weken: Cocktail-enting, opgebouwd uit Hondenziekte, Parvo,
  • Weil, Paraïnfluenza en Leverziekte (HCC)
  • 1 jaar: Cocktail-enting

Hierna wordt er een alternerend entschema gevolgd. Op 2 en 3 jaar de Ziekte van Weil, op 4 jaar de Cocktail, op 5 en 6 jaar Weil, op 7 jaar de Cocktail enzovoorts…. Voor Hondenziekte, Leverziekte en Parvo geldt namelijk een beschermingsduur van 3 jaar. De bescherming tegen de ziekte van Weil moet jaarlijks, bescherming duurt maximaal een jaar. Ook de kennelhoestenting moet jaarlijks herhaald worden.

Entschema voor de kat:

  • 9 weken: Niesziekte, Kattenziekte
  • 12 weken: Niesziekte, Kattenziekte
  • 1 jaar later: Niesziekte, Kattenziekte

Hierna wordt er een alternerend entschema gevolgd. Niesziekte ieder jaar, Kattenziekte eens in de drie jaar.