Corona update 26 juni: lees hier onze maatregelen. 

  • Blaasproblemen
  • Castratie kater
  • Chippen
  • Haarbalobstipatie
  • Hoge bloeddruk bij de kat
  • Juniorprogramma voor kittens
  • Kat als huisdier
  • Met uw kat naar de dierenarts
  • Niesziekte
  • Ontwormen
  • Oogproblemen
  • Overgewicht bij hond en kat
  • Sterilisatie poes
  • Stress bij de kat
  • Vaccineren

Blaasproblemen

Blaasproblemen

Bij poezen, zowel gesteriliseerde als niet gesteriliseerde, is het meest voorkomende probleem: de blaasontsteking. De verschijnselen hiervan zijn dat de kat vaak en langdurig naar de bak moet, hierbij klagelijk miauwt, terwijl maar een heel klein plasje wordt geproduceerd. Wanneer de klachten wat langer bestaan kan er ook wat bloed bij de plas zitten, afkomstig van de ontstoken blaaswand.

Oorzaken

Blaasontstekingen kunnen verschillende oorzaken hebben. Bij katten speelt vaak stress een belangrijke rol, maar ook blaasstenen of zelfs gezwellen van de blaas kunnen tot dit soort klachten leiden. Het is daarom raadzaam wanneer u een blaasontsteking vermoedt bij uw kat, contact op te nemen met uw dierenarts en urine langs te brengen. Alleen de dierenarts kan beoordelen of er sprake is van een “simpele blaasontsteking” of dat er meer aan de hand is. Soms is een speciaal blaas/nierdieet voldoende om de klachten snel te verhelpen, maar soms is verder onderzoek nodig. We kunnen hierbij denken aan echoscopie van de blaas, een contrast-röntgenfoto van de blaas of blaaspunctie´s.

Blaasproblemen bij de (ex) kater

Ook bij katers zien we regelmatig blaasontstekingen, de verschijnselen zijn hetzelfde als bij de poes. Een apart probleem vormen de zogenaamde “plas” katers. Het zijn zowel gecastreerde als niet gecastreerde katers die gruis in hun urine vormen. Het zijn in feite hele kleine blaassteentjes. Bij katers en ex-katers is het laatste deel van de plasbuis erg nauw. Vormt de kater gruis in zijn urine, dan kan dit de plasbuis doen verstoppen. Het gevolg is dat de kater zijn plas niet meer kwijt kan, de blaas overvuld raakt en de nieren het lichaam niet meer zuiveren van afvalstoffen. Kortom, de kater krijgt een bloedvergiftiging die binnen 48 uur dodelijk kan zijn.

U begrijpt dat dit uiteraard een spoedgeval is dat direct door een dierenarts behandeld dient te worden. Hij zal trachten de verstopping op te heffen door de plasbuis te spoelen. Valt de plasbuis niet door te spoelen of heeft de kat regelmatig een verstopping van de plasbuis, dan zal de kat worden de penis worden geamputeerd volgens een succesvolle methode, hier in onze kliniek ontwikkeld. Om herhaling te voorkomen is vaak naast een antibioticumkuur een speciaal dieetvoer nodig. Dit voer gaat de vorming van gruis tegen en bevat tevens stoffen die al gevormd gruis weer oplossen.

Samenvatting

Vermoedt u bij uw poes of kater een blaasontsteking, neem dan snel contact op met uw dierenarts. Zeker bij een verstopte kater kan uitstel dodelijk zijn!

Castratie kater

Castratie kater

Katers kunnen geslachtsrijp worden vanaf vier maanden oud, maar gemiddeld op een leeftijd van zes maanden oud. Vanaf deze leeftijd kunnen zij de neiging krijgen overal tegenaan te plassen (sproeien). Ook krijgt hun urine een doordringende ‘katerlucht’. De kater is veel op pad en weinig huiselijk meer. Bij terugkomst zitten de katers vaak onder de krabben en abcessen ten gevolge van hun luidruchtige nachtelijke gevechten. Tijdens deze – soms meerdaagse – zwerftochten, steken de katers vele drukke wegen over en wordt een groot aantal van hen aangereden. Om deze redenen worden de meeste katers gecastreerd vanaf zes maanden oud.

Hoe wordt een castratie verricht

De castratie bij een kater is een kleine ingreep, dit in tegenstelling tot de sterilisatie bij een poes. De castratie gebeurt onder algehele verdoving en met adequate pijnbestrijding. De kater kan vaak dezelfde ochtend alweer naar huis.

Chippen

Chippen: Een diervriendelijke identificatiemethode

De chip

De chip is een gesloten buisje van bioglas. Hierin zit een microchip en een klein spoeltje dat als een soort antenne dienst doet. De chip is klein: 13,4 mm lang en twee mm in doorsnede, ongeveer net zo groot als een rijstkorrel. Het bioglas zorgt ervoor dat de chip in het weefsel vastgroeit en niet wordt afgestoten. In de chip is een unieke 15-cijferige code opgeslagen. Deze is fraudebestendig, want hij kan niet worden veranderd.

Het aanbrengen van de chip

Het aanbrengen van de chip is eenvoudig. Met behulp van een speciaal injectieapparaatje wordt de chip via een holle naald onder de huid van het dier geïnjecteerd. Sommige dieren kunnen reageren, maar het is een stuk minder pijnlijk dan het aanbrengen van een tatoeage zoals in het verleden. De standaard plaats voor het aanbrengen van een chip bij de kat en de hond is onderhuids tussen de schouderbladen of links voor het schouderblad. Op deze plaats zal de chip in het onderhuidse weefsel vastgroeien. Het dier merkt er niets van dat hij een chip draagt. Verder is de chip aan de buitenkant niet zichtbaar en dus ook niet ontsierend. Invloeden van buitenaf hebben geen effect op de chip die veilig onder de huid verborgen zit.

Registratie

Registratie van de chip is belangrijk. Alleen als de chip ergens geregistreerd is, kan uw huisdier ook daadwerkelijk geïdentificeerd worden. Het chipnummer wordt bij registratie dus gekoppeld aan de gegevens van uw dier en uw contactgegevens. Als de chip is aangebracht wordt een registratieformulier ingevuld met de gegevens van het dier en de eigenaar. Soms doet de dierenarts dit al voor u. Dit formulier wordt doorgestuurd en de gegevens worden geregistreerd in een speciale databank, namelijk de Nederlandse Databank voor Gezelschapsdieren (NDG). Daarna krijgt de eigenaar een bewijs van registratie thuis gestuurd of bevestiging per mail.

Aflezen van de chip

De cijfercode van de chip kan worden afgelezen met een zogenaamde reader, een speciaal afleesapparaat. De reader wordt langs het dier gehaald en als deze in de buurt van de chip wordt gehouden geeft de reader een onschadelijk signaal af. Hierdoor wordt de chip actief en antwoordt naar de reader met de 15-cijferige identificatiecode. Deze wordt dan op het schermpje van de reader getoond. Ook in het buitenland kan de code afgelezen worden als de reader voldoet aan de ISO-standaard. Als het een Nederlands dier betreft begint de code met de Nederlandse landcode 528, waardoor men weet dat er in een Nederlandse databank moet worden gezocht naar de eigenaar.

Weggelopen, vermist of gestolen

Als een vermist dier wordt gevonden dan wordt met de reader nagegaan of het dier een chip heeft. Aan de hand van het chipnummer wordt opgezocht waar het dier geregistreerd staat. Via de databank voor gezelschapsdieren kan zo de eigenaar van het dier opgespoord worden. Ook fraude kan via deze weg opgespoord worden en zogenaamde eigenaren die met een gestolen dier langskomen kunnen door de mand vallen. Bij veel dierenklinieken staan de chipnummers van de patiënten namelijk geregistreerd.

Op internet via www.chipnummer.nl vindt u de verschillende databanken.

Niemand hoopt dat het ooit zover hoeft te komen, maar een vermist dier met een chip vindt de weg naar huis veel gemakkelijker terug.

Haarbalobstipatie

Haarbalobstipatie

Katten likken dagelijks hun vacht schoon. Hierbij slikken ze vele haren in die kleine haarballen kunnen vormen in de maag. Deze haarballen worden regelmatig uitgebraakt, een enkele keer verstoppen ze de dunne darmen. Dan spreken we van een haarbalobstipatie. De eetlust van de kat gaat vervolgens achteruit en ze produceren geen ontlasting meer. Ook is een veel gehoorde klacht dat ze braken. Bij buitenkatten is dit moeilijk te constateren; ze worden stiller en vooral mager.

Likken en wassen

Een echte haarbal ontstaat door veel likken, het zogenaamde ‘wassen’. Een kat met veel haaruitval of huidklachten zal gemakkelijk een haarbalobstipatie krijgen. Ook katten met een anaalklierontsteking likken veel dus hierbij zien we het ook regelmatig.

Muisjes en vogeltjes

Een verstopping die niet door haren ontstaat maar bijvoorbeeld door het opeten van muisjes ed. noemen we ook een haarbalobstipatie en wordt ook als zodanig behandeld.

Tandsteen

Katten die veel tandsteen hebben of andere gebreken aan hun gebit, eten niet goed zodat ook slecht gekauwde producten gemakkelijk verstoppingen in de darmen kunnen geven. Bij gebitsproblemen is het verstandig een afspraak te maken voor een gebitsbehandeling. Hiervoor moet de kat nuchter gebracht worden, waarbij we onder een roesje het tandsteen verwijderen en eventuele losse tanden of kiezen trekken.

Therapie

We raden u aan uw kat twee maal in de week te behandelen met een haarbal-oplossend en laxerend middel: ‘Kat-a-lax’ of ‘Lax-a-Past’. Heftige obstipatie´s moeten onder begeleiding van de dierenarts behandeld worden met Tractonorm, Isogel of Microlax/klysma´s. Meestal is de haarbal dan na drie-vijf dagen geheel via de ontlasting verdwenen. Heeft u geen kat-a-lax of lax-a-past bij de hand en verdenkt u uw kat van een haarbal, dan kunt ook olie van sardientjes / zalm of olijfolie proberen te geven.

Tijdig toedienen van een wormenkuur voorkomt spoelwormen die ook verstoppingen kunnen veroorzaken. Deze dient u voor het eerst aan de kittens te geven op de leeftijd van 4 weken. U herhaald deze ontworming elke twee weken tot een leeftijd van acht weken. Daarna moet het kitten nogmaals ontwormd worden op vier en zes maanden oud. Vervolgens ontwormen om de drie maanden, dit geldt ook voor de volwassen katten.

Hoge bloeddruk bij de kat

Hoge bloeddruk bij de kat

Oorzaak

Een verhoogde druk in de bloedvaten is schadelijk voor organen zoals hart en nieren, als gevolg van een verhoogde bloeddruk kunnen bloedingen optreden in de ogen of de hersenen. De kat is dan plotseling blind of verlamd. Vooral katten met slecht werkende nieren of een te hard werkende schildklier hebben vaak een te hoge bloeddruk. Een juiste bloeddruk is dus van een niet te onderschatten belang, vooral bij oudere katten boven de tien jaar oud is een regelmatige controle van de bloeddruk geen overbodige luxe.

Druk meten

Het meten van de bloeddruk is een beetje vergelijkbaar met de methode die uw huisarts toepast. Er wordt een manchet om de poot van de kat aangebracht en een stukje vacht ter hoogte van de pols of het zoolkussen afgeschoren. Daar wordt wat gel op gedaan en een element, dat aangesloten is op een bloeddrukmeter, opgelegd. Deze zogenaamde dopplermeter zet veranderingen in de bloeddruk om in geluidssignalen. Door de manchet op te pompen en weer leeg te laten lopen wordt de druk gemeten. Dit wordt enkele malen herhaald zodat de kat aan de procedure went en de stress afneemt.

Heeft uw kat een te hoge bloeddruk (boven de 180 mmHg), dan wordt er bloed afgenomen voor verder onderzoek naar de nier- en schildklierfunctie.

Behandeling

De behandeling bestaat uit het toedienen van bloeddrukverlagende medicijnen. Er wordt gekozen voor een betablokker of voor een calciumblokker. Deze middelen verwijden de bloedvaten en verlagen zo de bloeddruk. De behandeling is levenslang. Zeldzame bijwerkingen kunnen zijn zwakte, lusteloosheid en flauwtes.

De optimale dosering wordt voor iedere kat vastgesteld door controle van de bloeddruk na aanvang van de behandeling.

Juniorprogramma voor kittens

Het Juniorprogramma, het consultatiebureau voor uw kitten!

Wat leuk: u heeft een kitten, gefeliciteerd!  Wist u dat wij een consultatiebureau voor kittens hebben? Wij noemen dit ons Juniorprogramma.

Een kitten in huis is natuurlijk hartstikke leuk, maar deze nieuwe situatie kan allerlei vragen bij u oproepen. Om u te begeleiden bij alles wat komt kijken bij een kitten en om de groei en ontwikkeling van uw kitten bij te houden hebben wij het juniorprogramma ontwikkeld.

Het is mogelijk te starten met het juniorconsult na de eerste inenting van uw kitten. U komt dan 4 keer langs bij de assistente  en é​én keer bij de dierenarts, alsof u naar het consultatiebureau gaat.

Deze consulten zijn verdeeld over het eerste levensjaar. De consulten duren ongeveer 20 minuten. Mocht tijdens het juniorconsult een afwijking(en) worden gevonden die door een dierenarts behandeld moet worden, krijgt u het advies hier apart van het juniorprogramma een afspraak voor te maken.

Bij ieder consult wordt uw kitten op een leuke manier onderzocht op de behandeltafel. Uw kitten kan hierdoor alvast wennen aan de dierenarts en kan merken dat het helemaal niet eng is. Dit is een goede oefening voor uw kitten!

Wat doen wij tijdens het kittenconsult?

  • Er wordt een groeicurve bijgehouden
  • Het wisselen van het gebit wordt in de gaten gehouden
  • Huid, vacht en nagels worden gecontroleerd
  • Voedingsadvies
  • Advies over ontworming/ontvlooien
  • Advies over sterilisatie/castratie
  • Ziektepreventie

Ook houden wij een groeicurve bij waarin de groei van uw kitten wordt bijgehouden; deze krijgt u na het laatste consult mee naar huis. Daarnaast leren wij u diverse handelingen zoals nagels knippen, teken verwijderen en tabletten ingeven. Uiteraard staan wij voor u klaar om al uw vragen te beantwoorden.

Wilt u deelnemen aan het Juniorprogramma dan kunt u een afspraak maken bij een van onze assistentes. Wij bieden het Juniorprogramma, op al onze vestigingen, aan voor slechts € 45,75.

Kat als huisdier

Kat als huisdier

De kat is een dier dat al duizenden jaren door de mens als huisdier wordt gehouden. In het oude Egypte stond zij hoog in aanzien, getuige de vele kattenmummies die bewaard zijn gebleven. Waarom mensen katten als huisdier zijn gaan houden is onbekend, maar het is redelijk om aan te nemen dat katten in het begin gebruikt werden om ongedierte te bestrijden. Later is men ook z’n kwaliteiten als huisgenoot gaan waarderen.

Rassen

Zoals met al onze huisdieren zijn er ook bij de kat vele rassen ontstaan, met elk hun eigenaardigheden. Het meest voorkomende kattenras in Nederland is de Europese Korthaar, ook wel huis- of straatkat genoemd. Ze zijn er in allerlei kleuren en formaten. Hiernaast zijn er Perzen met hun lange haren en platte neus, Siamezen en Abessijnen met hun spitsere koppen en ranke bouw, Heilige Birmanen met hun witte voetjes enzovoorts.

Verzorging

Katten stellen niet veel eisen aan hun verzorging. Een schone kattenbak, een mand op een tochtvrij plekje, schoon drinkwater en op tijd wat eten en uw kat is tevreden. Het voedsel moet wel geschikt zijn voor katten. Katten zijn echte vleeseters die een hoogwaardige voeding nodig hebben. Als katten van de tafel mee eten of bijvoorbeeld hondenvoer eten kunnen ze ernstige vitaminetekorten krijgen. Geef uw kat dus kattenvoer, er is keus genoeg.
De kattenbak moet dagelijks verschoond worden. Katten kunnen besmet zijn met toxoplasmose, een darmparasiet, die ook bij mensen (zeker bij zwangere vrouwen) klachten kan geven. De infectie wordt overgebracht via sporen in de ontlasting van de kat. Deze sporen moeten eerst rijpen en zijn pas na 48 uur gevaarlijk voor de mens. Wanneer u de bak dus dagelijks verschoont loopt u geen risico. Poezen doen hun best om hun vacht netjes op orde te houden, maar langharige dieren moeten dagelijks helemaal geborsteld worden, omdat anders hun vacht vervilt. Zorg voor maandelijkse vlooienbestrijding en ontworm uw kat vier keer per jaar. Geef ze een krabpaal, dan kunnen ze hun nagels scherpen zonder het meubilair te vernielen.

Kind en poes

Katten zijn heerlijke speelkameraadjes voor kinderen. Er zijn echter wel een paar zaken waar u op moet letten. Zorg dat het dier ingeënt, ontwormd en vlooienvrij is. Hou altijd toezicht als uw kind met dieren aan het spelen is. Kleine kinderen weten niet altijd wat ze wel en niet met hun huisdier kunnen doen. Zeker bij oudere dieren die geen kinderen gewend zijn, is het goed om extra op te letten. Mocht uw kind desondanks gekrabd of gebeten worden door een kat, ontsmet de wond dan direct. Merkt u dat de wond dik, warm en pijnlijk wordt dan is er sprake van een ontsteking en kan het verstandig zijn om de huisarts in te schakelen.

Met uw kat naar de dierenarts

Met uw kat naar de dierenarts

Het bezoek aan een dierenarts en de reis ernaartoe kunnen voor een kat stressvolle belevenissen zijn. Om uw dier zo comfortabel mogelijk te vervoeren en zo min mogelijk stress te geven tijdens het bezoek aan de dierenarts hebben wij in deze informatiebrief een aantal nuttige tips en trucs voor u op een rijtje gezet.

Hoe laat mijn kat zien dat hij stress heeft?

Om te kunnen bepalen of uw kat stress ervaart, is het belangrijk om te weten hoe u stress bij uw kat herkent.

Let bij het vervoeren van uw kat en bij de dierenarts vooral op de volgende signalen:

  • Grote pupillen
  • Natte voetjes door zweten
  • Wegkruipen achter in het mandje
  • Zich zo klein mogelijk maken
  • Uit zich vocaal (miauwt veel of “schreeuwt” zelfs) of wordt juist heel stil
  • Met bek open hijgen
  • Plassen in het mandje en/of ontlasten

Als u één of meerdere van deze signalen ziet, heeft uw kat waarschijnlijk last van stress. Gelukkig kunt u, uw kat helpen om de reis en het bezoek zo stressloos mogelijk te maken!

Het reismandje

Het ideale mandje om uw kat in te vervoeren is een harde, plastic mand die zowel aan de bovenkant als aan de voorkant open kan. Liefst is dit ook een mandje van waaruit de kat goed de omgeving in de gaten kan houden als hij dit wil.

Het voordeel van een mandje dat via de bovenkant open kan is dat u de kat vaak zonder al teveel moeite erin kunt laten zakken. Uw kat hoeft dan niet door een relatief kleine opening geduwd te worden, waardoor er een hoop stress, boosheid en verwondingen (zowel voor kat als eigenaar) voorkomen kunnen worden. Daarnaast is het voor de dierenarts of assistente erg praktisch om uw kat eruit te kunnen pakken, zonder te hoeven “vissen/graaien” in de mand. Voordeel van de voorkant open kunnen doen is dat uw kat, na bezoek aan de dierenarts, direct zelf zijn mandje weer terug in kan lopen. De meeste katten zien het mandje op dat moment wel als veilig plekje en willen het liefst zo snel mogelijk weer terug in de mand. Leg een kleedje of handdoek in het mandje om te zorgen dat de kat comfortabel in het mandje kan liggen en voldoende grip heeft onderweg.

Het schoonmaken van de mand

Maak voor EN na elk gebruik het mandje goed schoon met heet water. Indien het mandje heel vies is kan er gebruik gemaakt worden van een neutraal schoonmaakmiddel, zoals groene zeep. Gebruik liever geen middel met (sterke) geur. De meeste katten houden daar niet van.

Feliway

Ter ondersteuning kan Feliway gebruikt worden om de stress te verminderen. Spray dit op het kleedje, ongeveer 15 minuten voor de kat in het mandje moet. Deze spray helpt uw kat ontspannen, waardoor reizen een stuk comfortabeler kan worden.

Heeft u vragen of interesse in Feliway? Kom gerust van te voren langs bij een van onze assistentes aan de balie voor meer informatie.

Voor de reis, waar bewaar je het mandje?

Het is raadzaam het vervoersmandje, indien dit niet gebruikt wordt, neer te zetten op een rustige plek in huis waar uw kat bij kan. Kies bijvoorbeeld een plek waar uw kat ook zelf voor kiest, zoals de vensterbank.

Zo kan uw kat aan het mandje gewend raken en kan hij of zij er zelf voor kiezen om eens grondig te onderzoeken of het te gebruiken is als slaap- of relaxplek. Zo wordt het mandje al aantrekkelijker gemaakt om in te gaan als er daadwerkelijk een uitstapje gepland staat. Ook zal het mandje op den duur niet meer specifiek in verband worden gebracht met naar de dierenarts gaan.

Onderweg

Iedere kat is anders, dat is iets wat we ook merken als het gaat om het vervoeren. De ene kat vindt het fijn om uitzicht naar buiten te hebben, de ander vindt het veel prettiger om zich te kunnen verstoppen voor de buitenwereld.

Denk ook hier aan de stress-signalen en luister naar uw kat: Kruipt uw kat zo ver mogelijk weg achter in het mandje, hang dan bijvoorbeeld een extra deken over het mandje heen. Zorg er sowieso voor dat het mandje goed vast staat en niet door de auto heen en weer kan schuiven.

Eenmaal aangekomen bij de dierenarts

Alsof we nog niet genoeg spannende momenten hebben gehad onderweg, is daar dan de eindbestemming: de dierenarts. Dit betekent allereerst dat uw kat de auto uit moet en in een mandje de straat over, terwijl het mandje heen en weer beweegt tijdens het lopen. Vervolgens wordt hij naar binnen gebracht in een vreemde omgeving met onbekende of vervelende geurtjes, nieuwe gezichten; maar ook andere dieren in de wachtkamer. Zoals u ziet wederom een hoop punten die voor spanning en stress kunnen zorgen.

Om de katten die bij onze klinieken op bezoek komen gerust te stellen, proberen wij in de wachtkamer speciale hondvrije plekjes voor ze te creëren. Door middel van een kattenparkeerplaats bieden we een plek waar de kat hoger geplaatst kan worden. Hierdoor heeft de kat uitzicht en kan hij ‘de kat uit de boom kijken’. Verder is hij ook gelijk beschermd tegen nieuwsgierige hondenneuzen.

Wanneer de ruimte dit toelaat proberen we honden sowieso zoveel mogelijk aan de andere kant van de wachtkamer plaats te laten nemen, zodat de katten die bij ons binnen komen hier zo min mogelijk last van hebben. Daar waar dit niet mogelijk is voorzien wij in dekentjes om over de mandjes te plaatsen, zodat wat de kat toch afgeschermd is.

Is uw kat honden gewend? Bedenk wel dat in een spannende situatie een onbekende hond toch extra onrust kan creëren.

Verder hebben we op sommige praktijken een speciale “kattenspreekkamer”. Deze is zo gemaakt dat de kat er tijdens het consult lekker los kan lopen als hij/zij dat wil, terwijl de dierenarts en eigenaar praten. Tijdens het lichamelijk onderzoek zal de kat dan wel op tafel moeten, maar de arts houdt te allen tijde rekening met de signalen die de kat afgeeft. Zo kan de stress tot een minimum beperkt worden. In de spreekkamer wordt ook gebruik gemaakt van een Feliway verdamper, zodat ook tijdens het bezoek de kat zo comfortabel mogelijk is.

Terug naar huis

Eigenlijk geldt hier hetzelfde als op de heenreis: u weet nu hoe uw kat zich onderweg gedraagt, dus kijk goed naar de kat zelf en bepaal wat op dat moment het beste is. Vraag aan de dierenarts of assistente of zij Feliway in het reismandje willen sprayen.

In geval van nood

Indien uw kat na het toepassen van bovenstaande tips en trucs nog steeds zeer gestresst is, adviseren we u contact met ons op te nemen vóór u met de kat langs komt. Hieronder verstaan we:

  • Katten die in het mandje met het bekje open hijgen
  • Katten die door stress uithalen of bijten, waardoor we ze niet zonder kleerscheuren kunnen onderzoeken
  • Katten die ondanks alle hierboven beschreven maatregelen toch niet te vangen of in het mandje te krijgen zijn

Tot slot

Bij het reizen naar de dierenarts en bij het dierenartsbezoek zelf komt nog best een hoop kijken om uw kat zo stressvrij mogelijk te houden. Het begint al met het herkennen van stress bij de kat en het kiezen van het juiste mandje! Indien u na het lezen van deze brief nog vragen heeft mag u die altijd stellen aan een van onze assistentes of dierenartsen.

Niesziekte

Niesziekte

Niesziekte is de meest voorkomende infectieziekte bij de kat. Het is een uiterst besmettelijke aandoening die alle slijmvliezen van het lichaam aantast en waar katten flink ziek van kunnen zijn.

Oorzaak

Niesziekte is een ziekte die door meerdere kiemen wordt veroorzaakt.
De belangrijkste zijn het calici virus, het rhinotracheitis virus en chlamydiae (een klein soort bacterie).
De ziekteverschijnselen die deze verwekkers veroorzaken lijken zo sterk op elkaar dat ze samengevat worden onder de noemer niesziekte. Vaak is er sprake van een menginfectie met meerdere ziektekiemen.

Besmetting

De ziekte wordt verspreid door katten. De belangrijkste manier van verspreiding is via kleine vochtdruppeltjes beladen met ziektekiemen die een besmette kat door te niezen de lucht inblaast. Deze druppels zijn zo klein dat ze lang (uren) in de lucht kunnen blijven hangen en over grote afstanden met de luchtstroom mee vervoerd kunnen worden. Vooral op plaatsen waar veel katten bij elkaar zitten in een kleine ruimte, zoals cattery’s, asiels of dierenpensions, kunnen epidemieën uitbreken.
Hiernaast kan de ziekte ook worden overgedragen door besmette manden, kooien of via handen, kleding en schoeisel van de mens.

Verschijnselen

De naam niesziekte is wat misleidend want niet iedere kat met niesziekte, niest ook. Niesziekte tast de slijmvliezen van ogen, luchtwegen en het maag/darmstelsel aan. Besmette katten hebben ontstoken ogen, vieze neusuitvloeiing en soms zweertjes op de tong. Vaak gaat het geheel gepaard met diarree. Ze hebben koorts en laten hun eten en drinken staan en niezen of kwijlen vaak. Dieren die niet drinken, kunnen binnen korte tijd uitdrogen. Ook zijn de aangetaste slijmvliezen van de luchtwegen een vruchtbare voedingsbodem voor allerlei andere kiemen, die onder andere longontstekingen kunnen veroorzaken. Vooral jonge dieren kunnen heel ziek zijn van een niesziekte infectie. Hun afweersysteem is nog niet volledig ontwikkeld en ze zijn vaak nog niet ingeënt. Toch is niesziekte, mits tijdig ontdekt, met een goede behandeling volledig te genezen.

Behandeling

Zoals gezegd wordt niesziekte veroorzaakt door enkele virussen en vooral de chlamydia. Er bestaan nauwelijks medicijnen om de niesziektevirussen te bestrijden, voor de chlamydia bestaan die er wel. Dit betekent dat de behandeling er vooral uit bestaat bijkomende infecties te onderdrukken, uitdroging te bestrijden en eventueel de patiënt dwangvoeding te geven.
In onze praktijk betekent dit dat de patiënt antibiotica en indien nodig infuus krijgt, aangevuld met licht verteerbaar en smakelijk dieetvoer.

Voorkomen

Voorkomen is beter dan genezen luidt een oud gezegde. Ook voor niesziekte gaat dit op. Het is goed mogelijk door inenten, dieren te beschermen tegen niesziekte. Deze inentingen worden aan gezonde dieren gegeven om te voorkomen dat ze ziek worden. Als ze ziek zijn moeten ze eerst genezen zijn voordat een enting zin heeft. Jonge katten kunnen vanaf negen weken leeftijd ingeënt worden tegen niesziekte. Voor een goede bescherming is het raadzaam om deze enting na drie weken te herhalen, hierna is een jaarlijkse herenting nodig.

Samenvatting

Niesziekte is bij de kat een veel voorkomende ziekte. Het is goed te behandelen, maar voorkomen door de dieren in te enten is beter. Helaas geeft een enting geen volledige garantie dat uw kat nooit de niesziekte zal krijgen, maar het vermindert de kans op ziek worden en bevorderd het herstel bij infecties. Mocht uw dier toch niesziekte verschijnselen vertonen bedenk dan dat hoe eerder een behandeling door uw dierenarts wordt ingesteld, des te groter de kans op genezing is.

Ontwormen

Ontwormen

In de totale verzorging van uw hond of kat mag naast onder andere de jaarlijkse vaccinatie en de vlooienbestrijding een regelmatige ontworming niet ontbreken. Er zijn verschillende soorten wormen. Bij hond en kat komen spoelwormen (Toxocara spp., Toxascaris), haakwormen (Ancylostoma, Uncinaria), zweepwormen (Trichuris), hartwormen (Dirofiliria) en lintwormen (Taenia spp., Dipylidium spp.) voor. Hier in Nederland komt voornamelijk de lint- en spoelworm voor.

Spoelwormen

Met name bij pups en kittens is een goede ontworming van belang. De meeste pups hebben spoelwormen. Dit komt doordat zij vaak al in de baarmoeder besmet worden door larven uit de moeder en doordat er een besmetting via de moedermelk en vanuit de omgeving plaatsvindt. Ook volwassen honden worden vanuit de omgeving besmet met spoelwormen of door het eten van prooidieren die de worm bij zich dragen.

Lintwormen

Een lintworm besmetting is voornamelijk lastig wanneer lintwormsegmentjes (met de eitjes) actief kruipend de anus verlaten en zo jeuk veroorzaken. Als deze segmentjes indrogen lijken ze op rijstkorrels. De eitjes van een deel van de lintworm-soorten die in de omgeving belanden kunnen door eventueel aanwezige vlooienlarven worden opgegeten. De vlo die zich uit deze larve ontwikkelt, wordt dan drager van de lintworm en besmet de gastheer als deze de vlo oplikt. Allerlei zoogdieren, zoals bijvoorbeeld de muis, kunnen als tussenstation dienen en besmet zijn met de spoel- en lintwormlarven van de hond en de kat. Katten die muizen eten kunnen op die manier spoelwormen én lintwormen krijgen. Zeker bij die dieren die af en toe iets kunnen vangen is regelmatig ontwormen daarom belangrijk.

Zowel spoelwormen als lintwormen kunnen de mens besmetten!
Vooral kinderen worden door hun intensief contact met honden en katten gemakkelijk besmet. Als gevolg van een lintwormbesmetting ontstaan meestal milde verschijnselen zoals vage buikklachten en jeuk aan de anus. Door een besmetting met de larve van de hondenspoelworm kunnen bij kinderen ernstigere problemen ontstaan zoals leveraantasting, droge hoest, astma-aanvallen, gewrichts- of spierpijn, jeuk en zelfs epileptische aanvallen.

Mede ook vanuit het oogpunt van de volksgezondheid adviseren wij daarom een goed ontwormingsschema met effectieve middelen:

Ontwormen voor de pups op twee, vier, zes en acht weken en daarna elke maand tot een half jaar en vervolgens ieder kwartaal. Kittens op drie, vijf en zeven weken, daarna elke maand tot een half jaar en vervolgens ieder kwartaal.

Over de juiste keuze van ontwormmiddel adviseren wij u graag.

Oogproblemen

Oogproblemen

Symptomen

Raadpleeg uw dierenarts bij een van de volgende symptomen (ze kunnen gewoon op een allergie wijzen, maar ook worden veroorzaakt door ernstige problemen zoals hoornvliesbeschadigingen):

  • Uitvloeiingen of troebelheid
  • Rode of ontstoken ogen
  • Derde ooglid zichtbaar
  • Tranenvloed
  • Uitpuilende of verzonken ogen
  • Korsten of ontstekingen rond het oog
  • Verlies van gezichtsvermogen
  • Toenemende jeuk en pijn

De belangrijkste oogaandoeningen bij de hond

Staar

Staar is een troebeling van de lens van het oog, waardoor deze ondoorlaatbaar wordt voor licht. Het toont zich doordat de zwarte pupil in het centrum van de gekleurde iris geleidelijk grijzig en later wit wordt.

In het begin ontstaat hierdoor het beeld als bij het kijken door matglas, bij verergering zal geleidelijk volledige blindheid ontstaan.
Een enkele keer ontstaat staar al op jonge leeftijd, soms wordt het gezien als complicatie bij suikerziekte, maar in de meeste gevallen gaat het om honden met ouderdomsstaar.

Bij honden zien we vanaf een leeftijd van negen jaar dat de lens heel geleidelijk troebel wordt. Zeker in het begin heeft het dier daar nog geen last van. Pas na verloop van tijd kan merkbaar zijn dat de hond geleidelijk minder gaat zien. Volledige blindheid zien we vooral bij honden die 14 jaar of ouder zijn. Door de geleidelijke ontwikkeling past een dier zich meestal goed aan bij een verminderd gezichtsvermogen. Binnenshuis zal het niet eens opvallen, zolang de spullen in huis op dezelfde plaats blijven staan. Een hond kent de weg in huis blindelings. Buitenshuis kan loslopen problemen geven, vooral als het om een oude hond gaat waarvan ook het gehoor afneemt. Een groot verschil met mensen is natuurlijk ook dat honden niet lezen of tv kijken en daarom veel langer tevreden kunnen zijn met een wat minder scherp zicht.

Net als bij mensen is ook bij honden een staar operatie mogelijk. Bij het bovenbeschreven verloop bij oudere honden is dat meestal niet aan de orde. De mate waarin de hond door de kwaal wordt gehinderd, rechtvaardigt de operatie niet. Bij een jonge hond met staar ontstaat de blindheid vaak veel sneller, zodat het dier zich minder kan aanpassen. Bovendien is de last die het dier ervan ondervindt bij een jonge actieve hond veel groter. In dat geval kan een hond voor operatie verwezen worden naar een oogspecialist. Als bij controle blijkt dat het netvlies nog wel goed functioneert kan tot operatie worden besloten.
Bij deze operatie wordt de ondoorzichtige lens verwijderd. Na een geslaagde operatie kan de hond weer zien, zij het met een minder scherp beeld.

Allerlei nieuwe mogelijkheden die er voor mensen beschikbaar zijn, kunnen geleidelijk ook wel bij dieren worden toegepast. Lasertechniek en kunstlenzen zijn in principe ook bij dieren mogelijk. Het al dan niet tot operatie besluiten zal een afweging zijn van de mate waarin een dier last heeft van het slechte gezichtsvermogen en wat de operatie betekent in belasting van het dier en de portemonnee van de eigenaar.

Conjunctivitis

De meest voorkomende oogaandoening bij hond en kat is conjunctivitis, een ontsteking van het slijmvlies van de oogleden en soms het oogwit.

Verschijnselen:

  • Roodheid en uitvloeiing (van waterig tot pus)
  • Traanstrepen
  • Ingedroogd materiaal in de ooghoek

Oorzaak:

De oorzaak is vaak irritatie door tocht of een tikje tegen een oog, bij het spel of in het struikgewas opgelopen. Lang niet altijd is de oorzaak op te sporen en het ene dier is gevoeliger dan het andere. Soms wordt de ontsteking veroorzaakt door een afwijking aan de oogleden, haartjes op de rand of standsafwijkingen; soms door een afwijking van het oog zelf of door onvoldoende traanproductie.
Als beide ogen ontstoken zijn kunnen ook allergieën of infectieziekten oorzaak zijn. Vooral aandoeningen van de luchtwegen, zoals niesziekte bij de kat, gaan nogal eens samen met ontstoken ogen.

Behandeling:

Zo nu en dan een slijmpropje in de ooghoek is normaal; schoonhouden is dan voldoende.
Ook een lichte conjunctivitis met alleen wat waterige uitvloeiing kan verbeteren met alleen het schoonhouden van het oog met lauw gekookt water.
Bij een langduriger lichte ontsteking of als er pus te zien is, is controle door de dierenarts nodig, zeker als er ook sprake is van zwelling van oogleden en/of het dichtknijpen van het oog. Er zal dan allicht behandeling nodig zijn met antibioticum zalf of druppels en mogelijk een specifiekere behandeling als er bijvoorbeeld een beschadiging van de oogbol of een voorwerpje in het oog geconstateerd wordt.

Keratoconjunctivitis Sicca (KCS)

Deze term staat voor ontsteking van oogleden en hoornvlies door “droge ogen”, onvoldoende traanproductie.

Voor een gezond oog is het nodig dat het oppervlak voortdurend vochtig gehouden wordt. Daar zorgt een aantal traanklieren voor en door het knipperen van oogleden wordt dit traanvocht over de oogbol verspreid. De vorming van onvoldoende traanvocht kan het gevolg zijn van beschadiging van de traanklier of een complicatie bij bepaalde ziekten, als gevolg van een aantal geneesmiddelen of een immuunstoornis. Sommige rassen zijn gevoeliger dan andere. Meestal ontstaat het op latere leeftijd; een enkele keer zien we het als aangeboren afwijking.Met een teststrookje kan de traanproductie gemeten worden. Als er in 1 minuut onvoldoende vocht door het speciale filtreerpapierstrookje wordt opgezogen weten we dat de traanproductie onvoldoende is.

Een oog met KCS is echt “vuil” (taaie pus blijft tussen de oogleden hangen). In een later stadium worden veranderingen aan het hoornvlies zichtbaar, een dof grijzig oppervlak. Als door ontsteking het hoornvlies ondoorzichtig wordt, leidt dat tot blindheid.

De behandeling van deze aandoening is intensief. De ogen moeten vele keren per dag worden schoongespoeld en ingedruppeld worden met kunsttranen. Een aantal keren per dag is een antibioticum zalf nodig. En daarnaast wordt nog gebruik gemaakt van een speciale zalf dat het vermogen heeft de traanproductie aan te zetten. Als deze zalf aanslaat kan het oog weer heel ver genezen, al is ook dan levenslange behandeling van het oog nodig om ontsteking onder controle te houden.

Overgewicht bij hond en kat

Overgewicht bij hond en kat

De laatste decennia is een flinke toename gezien in overgewicht bij mensen. Overgewicht is inmiddels niet alleen bij mensen een belangrijk en veelvoorkomend probleem. Minstens 35% van alle honden en katten in Nederland is te dik. Rondkijkend op straat en in de spreekkamer van een dierenarts lijkt dit percentage zelfs wel rond de 50% te liggen. Veel eigenaren vinden het wel gezellig staan, zo’n dikke rode kater, een mollig Mopshondje of indrukwekkend brede Bull Terrier. Overgewicht brengt echter grote gezondheidsrisico’s met zich mee en het is dan ook de hoogste tijd om in te grijpen. Hoe weet u of uw dier te zwaar is? Wat is de reden dat uw dier te zwaar is geworden? Hoe zorgt u ervoor dat uw dier een paar pondjes kwijtraakt en hoe kunt u vervolgens dat gewicht stabiliseren? Op internet is enorm veel informatie te vinden, die helaas ook de nodige onwaarheden bevat.

Is uw hond of kat te zwaar?

Voor de ene kat is drie kilo een perfect gewicht, terwijl een gewicht van zeven kilo een goed gewicht kan zijn voor een raskat als de Noorse boskat. Ook per ras kunnen de verschillen in het juiste gewicht groot zijn. Zo mag een teefje uit een lijn met kleinere typen Labradors beduidend minder wegen dan een reu die uit een lijn voortkomt met groter gebouwde Labradors. Wat het ideale gewicht is, hangt dus onder meer af van de grootte en de bouw van het dier. Ieder dier moet dan ook individueel worden beoordeeld. Toch zijn er een aantal punten waaruit u zelf kunt afleiden of uw huisdier te dik is. Daarnaast bent u uiteraard altijd welkom bij uw dierenarts of dierenartsassistente om het gewicht van uw dier te laten beoordelen! Mogelijke kenmerken van een hond of kat die te zwaar is:

  • Het ontbreken van een taille Bij het van bovenaf bekijken van uw dier hoort een taille te zien te zijn tussen de laatste ribben en de heupbotten. Dit stuk hoort dus smaller te zijn dan de ribben en ook smaller dan de heupen. Bij veel dieren is dit echter niet het geval en loopt het in één rechte lijn door of is het zelfs breder, vergelijkbaar met de “zwembandjes” bij mensen.
  • Ribben die niet te voelen zijn Ribben horen niet te zien, maar wel met gemak te voelen te zijn.
  • Een duidelijk aanwezige buik Van de zijkant bekeken hoort de buikwand vanaf de ribben naar achteren toe omhoog op te lopen.
  • Verminderde activiteit (veel slapen, traag bewegen, weinig en slechts kort willen spelen) en/of een slecht uithoudingsvermogen
  • Medische oorzaken dienen uiteraard door de dierenarts te worden uitgesloten.

Gezondheidsrisico’s

Veel mensen zijn zich er niet van bewust dat overgewicht flinke risico’s met zich meebrengt voor de gezondheid van hun dier. Onderstaand een overzicht van de gevolgen van overgewicht:

  • Kortere levensduur
  • Groter operatie risico
  • Suikerziekte
  • Verstopping of blaasontsteking door blaasgruis
  • Verhoogde vatbaarheid voor ziekten door verminderde immuniteit
  • Arthrose van gewrichten (gewrichtsslijtage) en andere meer plotseling optredende gewrichtsproblemen
  • Huidproblemen (bv. door plooivorming van de huid of door het minder goed kunnen verzorgen van de huid)
  • Vetbulten
  • Hartaandoeningen
  • Verhoogde vatbaarheid voor oververhitting
  • Verminderd uithoudingsvermogen

Oorzaken

Overgewicht bij dieren ontstaat op dezelfde manier als bij mensen. Zodra een dier meer energie binnenkrijgt dan wordt verbruikt, zal overgewicht ontstaan.

Voeding

Een hond of kat die teveel voer en teveel snoepjes aangeboden krijgt wordt op den duur te dik. De energiedichtheid, de verteerbaarheid en de hoeveelheid voeding zijn belangrijk en zijn niet altijd even goed afgestemd op de behoeften van het dier, waardoor overgewicht kan optreden. Zo kan het geven van energierijke puppy- of kittenvoeding aan een dier van acht maanden oud leiden tot overgewicht. Naast de gewone voeding zijn de tussendoortjes vaak een boosdoener, meer dan u misschien zou denken. Neem bijvoorbeeld twee kleine blokjes kaas voor een kat van een gemiddeld lichaamsgewicht…hoe erg kan dat nou zijn als het binnen vijf seconden is opgepeuzeld, vraag u zich af? Deze twee blokjes kaas voor de kat zijn echter vergelijkbaar met een dik belegde hamburger van 2000 kilocalorieën voor een volwassen mens van een gemiddeld lichaamsgewicht….ongeveer de dagelijkse behoefte aan kilocalorieën!

Beweging

Naast voeding speelt beweging een grote rol. Een schoothondje die drie keer per dag vijf tot tien minuten wandelt, heeft meer kans op het verkrijgen overgewicht dan de jachthond die drie keer per dag een uur de longen uit zijn lijf rent. Daarnaast zullen oudere dieren overgewicht ontwikkelen als ze niet minder gevoerd worden, aangezien ze minder bewegen dan voorheen.

Ouderdom

Het minder actieve dagprogramma is niet de enige reden dat oudere dieren sneller overgewicht ontwikkelen. Oudere dieren hebben namelijk een lager basaal energieverbruik dan jongere honden, waardoor de energiebehoefte lager ligt.

Efficiënte stofwisseling – rasverschillen

Enkele rassen staan bekend om hun efficiënte stofwisseling. Dit kan erg frustrerend zijn, aangezien zo’n hond met dezelfde hoeveelheid voer en lichaamsbeweging als de buurhond van een ander ras toch echt aan overgewicht lijdt, terwijl de buurhond ergerlijk slank blijft.

Efficiënte stofwisseling – castratie / sterilisatie

Vaak wordt castratie of sterilisatie door eigenaren gezien als de grote boosdoener bij het optreden van overgewicht, waartegen niets te doen zou zijn. Dit is gelukkig niet het geval. Het is inderdaad zo dat de stofwisseling van dieren langzamer wordt zodra ze gecastreerd of gesteriliseerd zijn. Dieren worden dus eigenlijk een stuk efficënter qua energieverbruik en hebben daardoor minder energie nodig. Als we ons dit echter realiseren kunnen we een toename van gewicht na de operatie voorkomen door het dier ongeveer driekwart van de hoeveelheid voer te geven die het dier voorafgaand aan de operatie kreeg.

Medische oorzaak

Sommige medicijnen, zoals bijvoorbeeld corticosteroïden, kunnen onder meer door een toename van de eetlust leiden tot overgewicht. Af en toe ligt een medische aandoening ten grondslag aan het overgewicht (bijvoorbeeld een schildklier die niet goed werkt of een overproductie aan hormonen van de bijnierschors). Een dierenarts zal deze oorzaken uit kunnen sluiten door het stellen van de juiste vragen en het uitvoeren van lichamelijk en eventueel aanvullend onderzoek.

Preventie van overgewicht

Alles wat er niet aan komt, hoeft er ook niet af. Dat klinkt simpel, maar zo simpel is het gelukkig ook. Als uw dier eenmaal te zwaar is, dan kan het – zowel voor uw dier als voor u! – best lastig zijn om uw dier de overtollige kilo’s weer kwijt te laten raken. Zoals in zoveel gevallen is ook bij overgewicht voorkomen beter dan genezen. Heeft uw dier een gezond gewicht, probeer dit dan op peil te houden door onderstaande tips:

  • Twijfelt u welk voer het beste is voor uw dier? Vraag uw dierenarts om advies.
  • Zorg ervoor dat de voeding optimaal is afgestemd op de energiebehoefte, leeftijd, conditie en levensfase van uw dier.
  • Op de verpakking staan vaak richtlijnen die u kunt gebruiken om uw dier de juiste hoeveelheid voer te gegeven. Deze hoeveelheden zijn echter vaak aan de ruime kant en gebaseerd op een flink aantal uren lichaamsbeweging per dag, waarvan bij binnenkatten en bepaalde honden geen sprake is. Daarnaast is de energiebehoefte van dieren niet gelijk, waardoor deze maten slechts grove richtlijnen zijn.
  • Het continu beschikking hebben over een gevulde bak met brokjes wordt bij de kat veel toegepast. Helaas blijft bijna geen enkele kat hiermee op gewicht! Het tweemaal daags voeren van een kat, zoals ook bij de hond wordt aangeraden, is dan ook veel verstandiger.
  • Geef liever geen tussendoortjes, dit is ook beter voor het gebit. Met een extra knuffel, wandeling of spelletje kun u uw dier ook belonen en verwennen en vaak hebben ze hier langer plezier van dan de paar seconden waarin het snoepje naar binnen wordt gewerkt.
  • Zorg ervoor dat uw dier voldoende beweging krijgt.
  • Het is belangrijk om uw hond of kat regelmatig te wegen. Op die manier kunnen er tijdig simpele veranderingen in een voer- en mogelijk bewegingsschema worden doorgevoerd, zelfs nog voordat er sprake is van overgewicht.

Tips voor afslanken

Door uw dier af te laten vallen kunt u ervoor zorgen dat uw dier zich fitter voelt, minder kans heeft op het ontwikkelen van allerlei vervelende aandoeningen en een langer leven zal kunnen leiden. Onderstaand enkele tips om uw dier weer slank te krijgen:

  • Laat uw hond of kat nooit vasten! Vasten is inefficiënt en bovendien schadelijk voor de gezondheid.
  • Zorg ervoor dat één persoon in huis de hond of kat te eten geeft, zodat deze persoon precies weet hoeveel het dier binnenkrijgt. Dieren zijn er meester in om te doen alsof ze nog geen eten hebben gekregen die ochtend!
  • Weeg met een maatbeker of keukenweegschaal de berekende hoeveelheid eten af.
  • Verdeel de hoeveelheid voer die uw dier op één dag mag hebben bij voorkeur over twee porties (’s ochtends en ’s avonds).
  • U kunt ook overstappen op een professioneel dieetvoer, verkrijgbaar bij de dierenarts. Met deze voeding kan de voerbak tenminste nog aantrekkelijk gevuld worden, terwijl uw dier minder kilocalorieën binnen krijgt. Daarnaast is de hoeveelheid eiwit voldoende voor het behoud van spieren en voelt uw dier zich prettig verzadigd door het verhoogde vezelgehalte. Let op: sommige typen dieetvoer uit dierenwinkels hebben onvoldoende effect of werken zelfs averechts, dus bespreek met uw dierenarts welk type voeding het meest optimaal is.
  • Een voerautomaat die op gezette tijden voer geeft kan een goede oplossing zijn als uw kat of hond de hele dag achter u aanloopt en bedelt om eten. Uw dier weet al gauw dat het voer uit het apparaat zal komen en niet meer vanuit u en zal richting voerautomaat lopen als zijn of haar maag begint te rommelen.
  • Hebt u meerdere dieren in huis? Voer dan uw dieren apart, bijvoorbeeld in een bench, in de badkamer of desnoods op het toilet. Hebt u een slanke lenige kat en een te stevige, minder lenige kat, dan kunt u de voerbak van de lenige kat bijvoorbeeld op een hoge kast plaatsen, zodat de andere kat er niet bij kan. Als uw slanke kat of hond telkens wat eten laat staan, wat vervolgens wordt opgegeten door de te dikke kat of hond, geef dan vaker op de dag een kleinere portie, die wel in een keer wordt opgegeten.
  • Geef geen tussendoortjes meer. Wederom: uw dier zal langer plezier hebben van een extra knuffel, wandeling of spelletje dan van de snelle versnapering en is meer gebaat bij een gezond lichaamsgewicht!
  • Eventueel kunt u wat brokjes van de ochtend- en avondportie achterhouden als gezond tussendoortje, zonder dat u daarmee het aantal kilocalorieën van die dag verhoogt. Dit kan bijvoorbeeld praktisch zijn bij de training van een hond, maar ook bij het stimuleren van beweging bij een hond of kat.
  • Vertel mensen in uw omgeving dat uw dier op dieet is en dat ze dus geen extraatjes mogen geven. Bij een buitenkat kan worden overwogen een kaartje met deze dieetwaarschuwing aan de halsband te hangen.
  • Bewegen is het absolute sleutelwoord om af te vallen.
  • Denk voor een hond niet alleen aan extra wandelen, maar bijvoorbeeld ook aan fietsen met uw hond. Deze rechtlijnige beweging is ideaal voor spieropbouw en vetverbranding, terwijl de gewrichten minimaal belast worden. Dit in tegenstelling tot spelen met een bal of frisbee, waarbij honden vaak de meest rare sprongen maken, soms met vervelende gevolgen voor de gewrichten. Naast fietsen is zwemmen door de onbelaste beweging ook voor dieren met gewrichtsproblemen en voor sterk obese dieren een ideale manier van lichaamsbeweging.
  • Om beweging bij katten te stimuleren kunt u het voer verspreiden door het hele huis. Daarnaast zijn er voor katten in de dierenwinkel allerlei leuke spelletjes te koop, zoals bijvoorbeeld speelgoedmuizen aan touwtjes.
  • Een voerbal is zowel voor de hond als voor de kat een mooie oplossing om beweging te stimuleren en de maaltijd wat langer te laten duren dan één minuut. Dit is een ovale of ronde bal met gaten (waarvan de grootte vaak is in te stellen), waarin de ochtend- of avondmaaltijd kan worden gedaan en waarbij uw dier de bal zelf moet laten rollen om er brokjes uit te krijgen. Veel dieren vinden deze jacht op hun eten enorm leuk!
  • Neem de tijd! Te snel afvallen is ongezond.

Verander het voerregime en het bewegingspatroon geleidelijk, zodat uw dier en uzelf eraan kunnen wennen. Zeker bij katten is het onverantwoord om uw dier van de ene op de andere dag op een streng dieet te zetten. Bedenk dat 500 gram afvallen voor een kat van vier kilogram overeenkomt met een mens van 80 kilogram die maar liefst tien kilogram afvalt! Het afvallen van één procent tot maximaal twee procent van het lichaamsgewicht per week is ideaal. Het duurt dan ook zeker een half jaar tot een jaar voordat een kat van 6kg naar vier kg of een hond van 30kg naar 20kg is afgevallen, dus wees geduldig. Weeg uw hond of kat regelmatig om te controleren of het afvallen volgens schema gaat.

Professionele hulp?

Met ons Fit for Pets programma bieden wij gratis afvalbegeleiding voor uw hond of kat. Lees hier meer informatie.

Sterilisatie poes

Sterilisatie poes

De meeste mensen die een kitten nemen staan er niet bij stil dat het leuke jonge diertje dat zij hebben, al na 6 tot negen maanden geslachtsrijp is. Op deze leeftijd worden poezen voor de eerste keer ‘krols’ en gaan katers ‘sproeien’. Poezen worden zeer aantrekkelijk voor katers die ‘op liefdespad’ zijn. Indien geen maatregelen worden getroffen, leiden zelfs kortstondige ontmoetingen tussen beide geslachten,  weken later tot gezinsuitbreiding.

Voorkomen krolsheid

De verschijnselen van krolsheid bij de poes zijn:

  • over de grond liggen rollen
  • de poes is zeer aanhalig
  • ligt languit met het achterwerk omhoog
  • gaat zeer luidruchtig miauwen
  • zal proberen naar buiten te komen om achter de katers aan te gaan

De poezenpil

Krolsheid werd in het verleden nog weleens onderdrukt door het geven van de poezenpil. Regelmatig veroorzaakte het gebruik van de poezenpil suikerziekte, baarmoederontstekingen of kwaadaardige gezwellen van de melkklieren. Dit alles maakt dat wij de poezenpil niet meer voorschrijven.

Sterilisatie

Beter is het dan ook om de poes te laten ‘steriliseren’. Door een operatie worden beide eierstokken verwijderd waardoor de poes niet alleen onvruchtbaar wordt, maar ook geen tekenen van krolsheid meer vertoont. De operatie is een relatief kleine ingreep en de poes kan een paar uur later weer naar huis. Poezen kunnen gesteriliseerd worden vanaf de leeftijd van 6 maanden. Heeft de poes een nestje gehad, dan kunnen ze al na tien-veertien dagen weer krols worden! Het beste is dan de poes ca. zes weken na het krijgen van de jongen te steriliseren.

Voordelen steriliseren

  • Geen krolsheden en nestjes meer
  • Voorkomen van melkklier tumoren
  • Voorkomt ziekten van de baarmoeder

Het enige nadeel van steriliseren is dat de poes dikker kan worden. Wij adviseren 25% minder voeding te geven na een sterilisatie, of over te schakelen op een dieet voor gesteriliseerde katten, zoals Purina ProPlan Onderhoudsvoeding of Hill’s VetEssentials.

Stress bij de kat

Stress bij de kat

Het verminderen en/of voorkomen van stress bij uw kat

Chronische stress is schadelijk voor katten en kan leiden tot diverse gezondheidsproblemen en gedragsproblemen. Het verminderen en/of voorkomen van stress bij uw kat zal wat van uw tijd en aandacht vragen, maar het resultaat zal een gelukkiger en gezondere kat zijn!

Heeft uw kat stress?

Hoeveel de meeste katteneigenaren ook van hun dier houden, bijna iedere kat woont in een situatie waar niet wordt voldaan aan alle behoeften van de kat, met als gevolg dat de kat stress ondervindt. Onvoorspelbare en oncontroleerbare situaties zoals vreemde of harde geluiden, het niet hebben van een rustige slaap- en schuilplaats, het niet kwijt kunnen raken van energie, onprettige kattenbakomstandigheden, nieuwe dieren of mensen in huis … het kan allemaal leiden tot stress. Niet bij iedere kat is echter duidelijk te zien dat er sprake is van stress. Onderstaand volgen enkele punten waar u op kunt letten. De lichaamshouding kan veel verraden: het in borst-buikhouding liggen met de voorpootjes recht onder de schouders en de schouders opgetrokken betekent dat de kat zeer alert is en ieder moment weg kan springen …. Dit is dus géén ontspannen houding! Favoriete plaatsen in huis kunnen ook veelzeggend zijn. Zit uw kat veelal bovenop hoge kasten, dan betekent dit dat de kat zich op de grond niet veilig en relaxed voelt. Mogelijk is deze ruimte geclaimd door een ander dier in huis of ervaart de kat teveel onrust veroorzaakt door mens of dier. Katten die zich terugtrekken op zolder of op de slaapkamer doen dit meestal ook niet omdat het daar nou eenmaal zo lekker ligt! Hoe uw kat reageert op mensen in huis is belangrijk om te observeren: zoekt uw kat toenadering of worden bepaalde personen uit de weg gegaan en verandert de houding of het gedrag van uw kat in de aanwezigheid van bepaalde personen? Hoe is de respons op andere katten of andere dieren in huis? Hebben ze weleens ruzie met elkaar, tolereren ze elkaar stilzwijgend of vormen ze echt een eenheid? Onderlinge agressie tussen katten in huis kan heel passief en subtiel zijn en toch veel stress opleveren, zo kan alleen al het op afstand staren door een kat voldoende zijn om uw kat een zeer onveilig gevoel te geven. Dit gedrag is voor eigenaren soms nauwelijks zichtbaar! Veel katten ondervinden stress van veranderingen in huis: meubels verplaatsen, verven, verbouwen, verhuizen, een scheiding, de komst van een baby, een klein kindje dat opeens gaat lopen en achter de kat aan gaat, een nieuwe buurkat die door de tuin heen loopt etc. etc. Chronische stress kan leiden tot gezondheidsproblemen zoals frequent terugkerende blaasontsteking (zonder bacteriële oorzaak) en kaalheid door overmatig poetsgedrag, twee veel geziene aandoeningen. Stress kan ook een heel scala aan gedragsproblemen tot gevolg hebben. Sproeien, het doen van de behoefte naast de bak, vernielzucht en agressie naar mens of dier zijn slechts enkele voorbeelden.

Basisbehoeften van uw kat

Om stress te voorkomen dient in alle onderstaande basisbehoeften te worden voldaan. Als u meerdere katten in huis heeft, dan zult u moeten voorzien in alle behoeften per “groep” katten. Twee of meer katten die alles samen doen – tegen elkaar aan slapen, tegelijk uit één bakje eten, elkaar wassen etc. – worden beschouwd als één groep. Zij zullen er geen moeite mee hebben een voerbak of kattenbak te delen, mits goede hygiëne natuurlijk wel gehandhaafd wordt. Katten hoeven niet vechtend gezien te worden om te kunnen bepalen dat ze niet tot dezelfde groep behoren! Het kan zijn dat ze elkaar redelijk tolereren, maar als ze niet samen slapen/eten/wassen, dan vormen ze afzonderlijke groepen. Katten die niet tot dezelfde groep behoren, weigeren vaak om dezelfde kattenbak te gebruiken. In het territorium van iedere kat in huis moeten dan ook een voer- en drinkbakje, kattenbak, slaapplaats, schuilplaats, krabpaal en speeltjes aanwezig zijn.

Voeding

Een rustige plaats, ver van de kattenbak is ideaal voor plaatsing van de voerbak. Indien meerdere “groepen” katten in huis aanwezig zijn dan is het verstandig om voer op verschillende locaties, dus in de verschillende territoria, aan te bieden en ervoor te zorgen dat er een ontsnappingsmogelijkheid is naar een andere ruimte. Voedsel verstoppen in commerciële of zelf gefabriceerde speeltjes wordt vaak zeer gewaardeerd! Het zorgt voor beweging, tijdverdrijf en bevredigt voor een deel de behoefte van het jagen.

Drinkwater

Veel katten drinken in huis vaak weinig en dat is jammer, aangezien voldoende drinken de kans op (stressgerelateerde) urinewegproblemen reduceert. De meeste katten vinden een standaard drinkbakje waar hun snorharen de rand raken niet prettig. Ze houden van water dat lekker smaakt, water dat beweegt of water dat ze kunnen onderzoeken … drinkt uw kat uit de kraan, de douchebak, de vaas of uit uw glas, wees dan niet verbaasd. Biedt uw kat opties om water op een leuke en/of lekkere manier binnen te krijgen, een waterfonteintje is hiervan een goed voorbeeld, maar u kunt water ook smakelijker maken door het afgekoelde en zoutloze kookvocht van kip of vis aan te bieden.

Kattenbak

Katten zijn kritische toiletbezoekers … een schone of vieze bak, het type grit, met of zonder overkapping, locatie (plaats ten opzichte van voerbakje of drinkbak, plaats in drukke huiskamer of locatie waar buurkat recht naar binnen kijkt), het maakt allemaal uit. Daarnaast is de rangorde tussen katten in huis van belang. De bekende stelregel voor het aantal benodigde kattenbakken: “het aantal katten in huis + 1” is niet geheel correct. Belangrijker is het om te kijken naar het aantal “groepen” in huis en dat iedere groep in huis minstens één kattenbak in zijn territorium heeft. Zo kunnen bijvoorbeeld twee kattenbakken prima volstaan in een huis met drie katten, mits deze katten tot één groep behoren. Naast een verminderde kans op het ontstaan van stress gerelateerde blaasontsteking zorgen prettige kattenbak omstandigheden ervoor dat ook de kans op andere urinewegproblemen sterk afneemt. De urine zal zich namelijk veel minder lang in de blaas bevinden dan bij katten die de gang naar de kattenbak liefst zo lang mogelijk uitstellen.

Slaapplaats & schuilplaats

Iedere kat heeft een veilige en rustige slaapplaats nodig en een plaats om zich terug te trekken en daarmee te “schuilen” voor mens, dier en omgeving (bijvoorbeeld geluid van onweer). Een simpele kartonnen doos volstaat al als schuilplaats.

Ontsnappingsroute

Voor een kat is het extreem stressvol om het gevoel te hebben in een hoek te worden gedreven en niet weg te kunnen. Daarom moet worden voorzien in ontsnappingsroutes vanaf de locatie van onder meer voer- en drinkbak, kattenbak en slaapplaats. Hierbij kan worden gewerkt in drie dimensies, dus ook omhoog en omlaag, door planken aan de muur of (krab)palen.

Activiteit

Verveling kan ook tot stress en gedragsproblemen leiden. Katten moeten actief bezig zijn om hun energie kwijt te raken en verveling te voorkomen. Buitenkatten regelen dit vaak door zich buiten uit te leven, maar heeft u een binnenkat, dan is er meer werk nodig. Speel met uw kat, biedt voerpuzzels of -ballen aan en voldoende andere speeltjes op verschillende plaatsen in huis. Laat deze speeltjes niet weken liggen, maar wissel ze frequent, zodat ze interessant blijven. Daarnaast is de aanwezigheid van een krabpaal essentieel.

Sociale interactie

Iedere kat heeft sociale interactie nodig. Dit betekent echter niet perse in de vorm van een andere kat, juist in tegendeel! Veel mensen denken hun kat een groot plezier te doen door een andere kat als speelkameraadje aan te schaffen. Jammer genoeg valt het resultaat in veel gevallen tegen: niet noodzakelijkerwijs in de vorm van gevechten, maar vaak door een onderlinge verdeling van het huis, waardoor verschillende territoria in huis ontstaan. Het gevolg is stress, aangezien andermans territoria regelmatig moeten worden doorkruist voor het bereiken van de kattenbak, de voerbak of het kattenluikje. Veel van de stressklachten die worden gezien zijn dan ook gevolg van het samen “moeten” leven van twee of meer katten die geen goede band vormen. Het contact met u als eigenaar door middel van spelen/aaien/praten wordt meestal als veel prettiger ervaren! Besteed daarom voldoende aandacht aan uw kat, dat zal worden beloond!

Introductie van een nieuwe kat

Besluit u tot het houden van meerdere katten dan gaat dat vaak het beste als het gecastreerde broers of zussen zijn. Als u toch een nieuwe kat aanschaft, laat u dan goed voorlichten over hoe u deze kat het beste in huis kunt introduceren. Het zomaar bij elkaar plaatsen van de katten is in de meeste gevallen geen goed idee! Allereerst zullen ze aan elkaars geur en misschien geluid moeten wennen, nog zonder dat ze elkaar zien. Pas later kan worden overgegaan tot het punt waarop de katten elkaar wel kunnen zien, maar nog niet kunnen aanraken. Dit kost wat tijdelijke verbouwingswerkzaamheden in huis, maar geeft de beste kans op een juiste introductie van de nieuwe kat en hopelijk de vorming van een goede band tussen de katten.

Therapie

Voorzie in alle basisbehoeften De eerste stap om uw kat vrij van stress te krijgen en/of te houden is door te voorzien in alle bovenstaande basisbehoeften. Heeft u meerdere katten in huis, dan zult u moeten voorzien in alle behoeften per “groep” katten. Ga stuk voor stuk na of in uw huis de omstandigheden kunnen worden geoptimaliseerd. Soms kan een hele kleine verandering al een wereld van verschil maken voor uw kat!

Elektronisch kattenluik

Komt de buurkat regelmatig bij u op bezoek en is dit voor zowel u als uw kat ongewenst, dan kunt u een elektronisch kattenluik plaatsen. Een vereiste hiervoor is dat uw kat een chip heeft – dit kattenluikje werkt namelijk op basis van de barcode van de chip. Zo kunt u instellen welke gechipte katten het luik mogen passeren.

Trainen: desensitisatie & counterconditionering

Hiermee wordt bedoeld dat de kat door speciale training minder gevoelig wordt gemaakt en kan leren dat bepaalde gebeurtenissen, dieren of personen niet eng zijn, maar juist leuk. Een voorbeeldje vanuit het perspectief van een hondeneigenaar omdat dit de techniek goed illustreert: een hond is sinds een pijnlijke gebeurtenis bij de dierenarts, waarbij ook het baasje zeer nerveus was, doodsbenauwd voor de dierenarts, wil niet meer de praktijk in en staat bibberend op de onderzoekstafel. Om de gang naar de dierenarts (weer) leuk te maken zal nu flink wat moeten worden veranderd! Een eerste stap is het vaker uitlaten en het doen van het favoriete spelletje dicht in de buurt van de dierenarts. Het naar binnen lopen in de praktijk om een lekker koekje te (laten) geven en vervolgens weer weg te lopen is een tweede stap die best een aantal dagen of weken mag duren. Daarbij geldt dat hoe relaxter het baasje is hoe relaxter de hond! De favoriete beloning of het leukste speeltje meenemen voor de momenten voorafgaand, tijdens en direct na het dierenartsbezoek zorgt ervoor dat de hond steeds minder gestresst zal worden bij de dierenarts (desensitisatie) en het totale bezoek niet meer als onprettig zal beleven, maar juist als een leuk uitje (de hond is dan gecounterconditioneerd). Voor een kat kan het bijvoorbeeld zijn dat de komst van een baby in huis heeft geleid tot stress bij de kat, met ziekteverschijnselen of gedragsproblemen tot gevolg. Zo is er bijvoorbeeld opeens veel meer lawaai en is er nauwelijks meer aandacht voor de kat! Veranderingen in huis zijn in dat geval nodig om ervoor te zorgen dat de kat de baby als iets leuks gaat zien. Meer aandacht aan de kat besteden, een extra rustige (schuil)plaats voor de kat creëren, de kat belonen met spel, aaien of brokjes zodra de kat zich in de buurt van de baby bevindt zijn voorbeelden om de kat te desensitiseren en te counterconditioneren.

Kattenferomonen

Als eerste en minst invasieve therapie kunnen kattenferomonen worden gebruikt. Dit zijn geurstofjes die katten wel, maar mensen niet kunnen ruiken en die een rustgevend effect hebben. Het is een kopie van de feromonen die door katten worden uitgescheiden zodra ze zich comfortabel en veilig voelen. Ze bestaan onder andere in de vorm van een verdamper die in het stopcontact kan worden geplaatst.

Voedingssupplementen

Deze natuurlijke supplementen hebben een rustgevend effect op de kat. Niet bij iedere kat resulteert het in de gewenste stressreductie, maar het is verstandig eerst deze middelen te gebruiken alvorens naar andere medicatie te grijpen. Daarnaast bestaan diervoeders die een kalmerend effect hebben door werkzame stoffen zoals onder andere alfa-casozepine. Waarschijnlijk is de combinatie met de kattenferomonen het meest ideaal.

Medicatie

Bij zeer stressgevoelige dieren kan het uiteindelijk nodig zijn om gedurende een bepaalde periode medicatie in te zetten (bijvoorbeeld Paroxetine of het antidepressivum Clomipramine). Het inzetten van medicatie zonder de oorzaken aan te pakken is echter niets meer dan symptoombestrijding en er wordt dan ook voorzichtig met het gebruik van deze middelen omgesprongen! Het voorzien in alle basisbehoeften, het trainen van de kat in het minder eng of zelfs leuk vinden van zaken en het gebruik van kattenferomonen en voedingssupplementen dient altijd vooraf te gaan aan het inzetten van medicatie!

Herplaatsing

Een enkele keer is herplaatsing van de gestresste kat of van de kat die de stresssituatie veroorzaakt de enige oplossing. Voordat tot deze drastische maatregel moet worden overgegaan is het echter heel verstandig om een gedragsdeskundige te raadplegen. In een groot aantal gevallen bestaan namelijk wel degelijk oplossingen! Copyright: VetVisuals® International

Vaccineren

Vaccineren

Waarom en wanneer vaccineer ik mijn huisdier

Het vaccineren of inenten tegen bepaalde ziekteverwekkers wordt voornamelijk gedaan uit het oogmerk van preventie, om te beschermen tegen die bepaalde ziekte en om verspreiding ervan tegen te gaan. We enten daarom vooral tegen virussen en bacteriën die na besmetting zonder tijdige behandeling een dodelijke afloop ten gevolge kunnen hebben.

Door het vaccineren wordt er een “immunologisch geheugen” aangemaakt. De entvloeistof bevat verzwakte of gedode ziekteverwekkers, die niet meer ziek kunnen maken, maar die het afweersysteem wel een seintje geven dat hier weerstand tegen opgebouwd moet worden. Dit wakker schudden van het immuunsysteem zorgt voor de productie van antistoffen. Komt het lichaam op een later tijdstip daadwerkelijk in contact met het bewuste virus of de bacterie waartegen gevaccineerd is, dan staat het afweersysteem direct paraat om te reageren en “terug te vechten” tegen de infectie.

Waarom moet ik mijn huisdier eigenlijk laten inenten

De meeste vaccins zijn gericht tegen virussen. Een virus is niets anders dan een stukje erfelijk materiaal met een kapsel erom. Ze hebben cellen van levende wezens, gastheren genoemd, nodig om zich in te vermenigvuldigen, waarbij die gastheercellen in de regel afsterven. Welke ziekteverschijnselen het virus veroorzaakt, en hoe ernstig deze zijn, hangt af van de plaats in het lichaam waar het virus zich het liefst in vermenigvuldigt.

Is uw huisdier eenmaal besmet besmet met een virusinfectie, dan zijn er in de regel geen specifiek tegen virusgerichte medicijnen beschikbaar om het dier te behandelen. Dit in tegenstelling tot bacteriële infecties, waarvoor antibiotica bestaan. De behandeling zal bestaan uit het onderdrukken, verlichten en het bestrijden van de symptomen, de ziekteverschijnselen die optreden ten gevolge van de virusinfectie zoals bijv. koorts, luchtwegproblemen, braken en diarree. Tevens zal geprobeerd worden het dier zo goed mogelijk te ondersteunen met bijv. het toedienen van vocht.

Een dier met een virusinfectie laat men dus uitzieken, hij moet de opgelopen virusinfectie doormaken en doorstaan. De virussen waartegen gevaccineerd wordt zijn meestal dusdanig levensbedreigend dat zelfs wanneer een dier de infectie overleeft, er levenslang restverschijnselen overblijven. Daarom is voorkomen beter dan genezen.

Waarom worden sommige huisdieren niet ziek terwijl ze niet (of onregelmatig) ingeënt zijn?

In Nederland zijn gelukkig bijna alle huisdiereigenaren erg betrokken bij hun dier, zijn ze goed voorgelicht, is de levensstandaard relatief hoog, zijn er meer dan genoeg dierenartsen op kleine afstand van de woonplek, bestaan er zelfs verzekeringen voor huisdieren en bezoeken huisdiereigenaren met enige regelmaat een dierenartsenpraktijk. Hierdoor zijn bijna alle huisdieren in ons land wel goed ingeënt. De eigenaren van niet-gevaccineerde dieren profiteren dan ook eigenlijk van het goede gedrag van de meerderheid.

Desalniettemin komt het helaas maar al te vaak voor dat niet ingeënte huisdieren wel ziek worden, en soms zelfs overlijden. De kans dat een niet-gevaccineerde dier ziek wordt, hangt samen met het risico op besmetting. Omdat we in ons land meer dan vijf miljoen huisdieren hebben en we dicht op elkaar wonen, kunnen we regelmatig contact tussen onze huisdieren met andere dieren niet vermijden en is het belangrijk uw dier regelmatig te laten vaccineren.

Doordat wij onze huisdieren in ons land zo netjes en regelmatig laten vaccineren, komen de meest levensbedreigende ziektekiemen niet meer op grote schaal voor. Maar wanneer eigenaren daardoor zouden besluiten dat inenten niet meer zo belangrijk is, lopen we de kans dat in de loop der tijd het voorkomen van die ziekteverwekkers, bijv. door insleep uit het buitenland of verspreiding binnen de landsgrenzen, wederom toeneemt, met alle gevolgen van dien.

Wanneer moet ik mijn huisdier laten inenten

Om de optimale effectiviteit te halen uit de vaccinatie, is het het het beste alleen gezonde dieren te enten. Voor een goede weerstandsopbouw en een goede productie van antistoffen is het noodzakelijk dat het afweersysteem optimaal werkt. Ziekte, een worminfectie en/of verkeerde voeding kunnen de vaccinatie minder goed laten aanslaan. Het is dan ook van belang om in ieder geval enkele weken voor het inenten uw huisdier te ontwormen.

Bij het inenten van zieke dieren is er, behalve de verminderde weerstandsopbouw tegen de ziekte waartegen geënt wordt, nog het risico op een zgn. entreactie. Een entreactie betekent het ontstaan van lichte ziekteverschijnselen van de ziekte waartegen geënt wordt. Omdat het afweerapparaat al druk bezig is met het overwinnen van de ziekte die het dier al onder de leden heeft, krijgen de extra ingespoten ziekteverwekkers ook een kans om aan te slaan. En dat is natuurlijk niet de bedoeling. Het kan echter zijn dat uw huisdier een bepaalde aandoening die niet van invloed hoeft te zijn op de inenting, of dat uw dier een chronische aandoening heeft waartegen hij al gedurende enige tijd wordt behandeld. In dergelijke gevallen kan de dierenarts besluiten toch te vaccineren. Dit dient u met uw dierenarts te overleggen.

Na de vaccinatie bouwt het dier zelf weerstand op door middel van de vorming van antistoffen (antilichamen). Deze opgebouwde bescherming neemt in de loop van de tijd langzaam af. Het is wel zo dat geen enkele inenting 100% bescherming geeft. Er zullen altijd dieren zijn die na een inenting een minder goede weerstand opbouwen.

Bovendien is de weerstandsopbouw na vaccinatie bij verschillende ziekten niet even goed of langdurig. Er zijn inentingen die jaarlijks herhaald moeten worden (bij honden ziekte van Weil en Kennelhoest; bij katten Niesziekte), maar er bestaan ook vaccinaties die maar één maal in de twee of drie jaar gegeven hoeven te worden (bij honden Hondenziekte, Parvo, Besmettelijke Leverziekte, Rabiës; bij katten Kattenziekte).

Verder zijn er aanwijzingen dat er bij honden rasverschillen zouden kunnen bestaan. De “black and tan” rassen (zoals de Dobermann, de Rottweiler en de Duitse Herder) zouden gevoeliger zijn voor Parvo-virus dan andere rassen.

Daarnaast is het logischerwijs aan te nemen dat hele oude dieren hun weerstand minder goed op peil kunnen houden waardoor de enting minder effectief aanslaat of het risico geeft op een “entreactie”.

Vanwege de omstandigheden waaronder onze huisdieren leven (bijvoorbeeld het intensieve contact met andere dieren en hun uitwerpselen) en bovengenoemde redenen, is het zinvol uw huisdieren levenslang en regelmatig te vaccineren, om de afweer op peil te houden.

Een goed begin is het halve werk

Voor een goede start wordt er begonnen met enten op jonge leeftijd. Bij hele jonge dieren is het afweersysteem nog in opbouw, maar wanneer het moederdier gevaccineerd is krijgen ze reeds in de baarmoeder via de placenta antistoffen en na de geboorte kunnen ze ook nog enige tijd via de moedermelk (biest) antistoffen opnemen via de darmen. Op deze manier zijn ze dus tijdelijk beschermd. Naarmate de tijd verstrijkt wordt het gehalte aan antistoffen in de melk minder en bovendien gaan de jonge dieren steeds minder drinken en meer vast voedsel eten. Hierdoor loopt de bescherming door maternale immuniteit af en is het tijdstip aangebroken dat de dieren zelf afweer kunnen en moeten gaan opbouwen. Voor pups is dit op een leeftijd vanaf zes weken, voor kittens houden we een leeftijd van negen weken aan.

Inenten op een leeftijd vroeger dan de aangegeven zes of negen weken kan ervoor zorgen dat de antistoffen die de jonge dieren van hun moeder gekregen hebben, reageren op de ziekteverwekkers in het vaccin en ze onschadelijk maken. Het afweersysteem van het jonge dier kan niet meer wakker worden geschud, de maternale antistoffen storen dus de eigen weerstandsopbouw na vaccinatie en het dier is niet beschermd.

De meeste jonge dieren komen voordat ze twaalf weken oud zijn in contact met andere dieren, dat is voor de socialisatie namelijk heel belangrijk. Omdat niet alle dieren gezond zijn en er ook ruim gesnuffeld wordt aan elkaars ontlasting, waarin de meeste ziekteverwekkers uitgescheiden worden, is het verstandig ruim voor de twaalf weken te vaccineren.

Entschema’s

Entschema voor de hond:

  • Zes weken: Puppy enting ( Hondenziekte en Parvo)
  • Negen weken: Parvo/Weil enting en evt. Kennelhoest (afh. van noodzaak)
  • Twaalf weken: Cocktail-enting, opgebouwd uit Hondenziekte, Parvo,
  • Weil, Paraïnfluenza en Leverziekte (HCC)
  • Één jaar: Cocktail-enting

Hierna wordt er een alternerend entschema gevolgd. Op twee en drie jaar de Ziekte van Weil, op 4 jaar de Cocktail, op vijf en zes jaar Weil, op zeven jaar de Cocktail enzovoorts…. Voor Hondenziekte, Leverziekte en Parvo geldt namelijk een beschermingsduur van drie jaar. De bescherming tegen de ziekte van Weil moet jaarlijks, bescherming duurt maximaal een jaar. Ook de kennelhoestenting moet jaarlijks herhaald worden.

Entschema voor de kat:

  • Negen weken: Niesziekte, Kattenziekte
  • Twaalf weken: Niesziekte, Kattenziekte
  • Één jaar later: Niesziekte, Kattenziekte

Hierna wordt er een alternerend entschema gevolgd. Niesziekte ieder jaar, Kattenziekte eens in de drie jaar.

Hond
Terug naar boven
Knaagdier
Konijn