Suikerziekte bij de hond

Oei, mijn hond heeft suikerziekte! Wat nu?

Benno, een 8 jaar oude, gecastreerde Cocker Spaniel doet het de laatste weken niet zo lekker. Hij eet wel goed, maar is wat lusteloos, drinkt veel en wordt magerder. De eigenaar vertrouwt het niet en komt bij mij op het spreekuur. Dan blijkt dat Benno suikerziekte heeft. De eigenaar kijkt me vertwijfeld aan, wat nu?

Wat is suikerziekte?

Normaal gezien worden de complexe suikers en andere koolhydraten uit het voedsel in de darmen afgebroken tot een voor het lichaam bruikbare bouw- en brandstof: glucose. Glucose wordt door het bloed vervoerd naar de cellen waarna het hormoon insuline ervoor zorgt dat de glucose door de cellen kan worden opgenomen. Als er te weinig insuline is, kan de glucose uit het bloed niet naar de cellen toe met als gevolg dat de cellen een tekort hebben aan brandstof en het glucosegehalte in het bloed gaat stijgen.

Dit teveel aan glucose in het bloed, ook wel bloedsuiker genoemd, zal worden uitgescheiden via de nieren en dus met de urine verloren gaan. Suiker in de urine trekt vocht aan, waardoor de hond meer gaat plassen. En om te zorgen dat het ontstane vocht tekort wordt aangevuld en de hond niet uitdroogt, zal het dier automatisch meer gaan drinken. Daarentegen hebben de cellen een tekort aan energie. Zij zullen andere energiebronnen gaan aanspreken, zoals vet en daarnaast zullen ze constant een signaaltje ‘honger’ afgeven. Daardoor zal de hond vermageren ondanks een hele goede eetlust. 

Hoe ontstaat suikerziekte?

Insuline wordt geproduceerd door cellen van de eilandjes van Langerhans in de alvleesklier. Wanneer die cellen kapot gaan (type 1 diabetes) of uitgeput raken (type 2 diabetes) kunnen zij geen insuline meer produceren en ontstaat suikerziekte.

Bij de hond gaat het meestal om type 1 diabetes, waarbij het eigen afweersysteem de cellen van de eilandjes van Langerhans afbreken. In andere gevallen zorgen een ziekte of het gebruik van bepaalde medicijnen voor een verminderde gevoeligheid van de cellen voor insuline, waardoor de alvleesklier steeds meer moet produceren om het bloedsuikergehalte op peil te houden, maar op een gegeven moment uitgeput raakt waardoor er een absoluut tekort aan insuline ontstaat (type 2). Dit laatste type komt vaker voor bij teven dan bij reuen. Dit komt doordat de eierstokken gedurende 8-10 weken na de loopsheid progesteron produceren. Dit kan leiden tot een verhoogde productie van groeihormonen, wat een insulineresistentie tot gevolg kan hebben. Medicijnen die daarnaast een rol kunnen spelen bij het ontstaan van type 2 diabetes zijn cortisonen (dexamethason of prednisolon) en medroxyprogesteronacetaat (prikpil voor de teef).

Benno

Bij Benno zijn de symptomen eigenlijk heel plotseling ontstaan zonder dat hij iets van medicijnen heeft gebruikt; vermoedelijk gaat het hier om een type 2 diabetes. Ziekte van Cushing (een overproductie van cortisonen door het lichaam zelf) kan in dit stadium echter nog niet worden uitgesloten.

Wat is er aan te doen?

Het tekort aan insuline moet dagelijks, op vaste tijdstippen, worden aangevuld. Insuline kun je niet in een tabletje geven, maar zal dagelijks moeten worden ingespoten. Dit lijkt heel erg eng, maar valt in de praktijk heel goed mee.

Daarnaast moet een eventuele onderliggende oorzaak behandeld worden; teven moeten gesteriliseerd worden en het gebruik van prednison moet zoveel mogelijk worden afgebouwd (en gestopt).

De hoeveelheid insuline die de hond moet krijgen is individueel verschillend en is afhankelijk van onder meer het gewicht van het dier en de hoeveelheid beweging en voeding die hij of zij krijgt. De dierenarts zal aan de hand van het gewicht van de hond en het bloedglucosegehalte een bepaalde ‘startdosis’ uitrekenen. Door daarna op vaste tijden het bloedglucosegehalte te meten, wordt gekeken of deze dosis moet worden aangepast. Het duurt meestal wel een aantal weken voordat de juiste dosis gevonden is.

VetPen

Voor het injecteren van de insuline kunt u gebruik maken van de VetPen. Dit is een insulinepen die speciaal ontworpen is voor huisdieren met diabetes, om de controle van de ziekte te vergemakkelijken. In de humane geneeskunde worden insulinepennen al geruime tijd gebruikt. De VetPen is de eerste diergeneeskundige pen die exclusief ontworpen is voor gebruik van insuline bij hond en kat. Voordien konden enkel flacons met spuiten en naalden gebruikt worden voor het toedienen van insuline aan huisdieren, wat voor sommige eigenaren moeilijk en beangstigend was.

De gebruiksvriendelijke VetPen maakt het mogelijk om bij elke injectie een juiste dosis insuline toe te dienen. Spuiten met naalden hoeven dus niet meer gebruikt te worden. Nadat de VetPen voorbereid is, kan -met een eenvoudige draai aan de doseerknop- de gewenste dosis ingesteld worden. Dan wordt de zeer kleine en dunne naald, voorzien van een speciale coating, onder de huid van de hond ingebracht en wordt de insuline geïnjecteerd door een druk op de ontspanner. Dit eenvoudig proces verhoogt de nauwkeurigheid en vermindert de kans op doseringsfouten of luchtbellen.

Benno

Bij Benno zijn we begonnen met een dosis van 2x daags 4IE (insuline eenheden). Na enkele weken staan we uiteindelijk op 2x daags 5,5 IE. De bloedsuiker en het gewicht van Benno zijn nu stabiel en de eigenaar merkt dat hij veel fitter en vrolijker is en niet meer zoveel drinkt en plast. Het geven van de insuline valt haar heel goed mee. ‘Een pilletje geven kan bij Benno nogal een ramp zijn, maar van het prikje merkt hij helemaal niks; hij geeft geen kik’.

Wat kan ik voor de toekomst verwachten? 

Een hond met suikerziekte kan, mits met dagelijkse insuline en een regelmatig leefpatroon, een vrijwel normaal leven leiden. De levensverwachting van een hond met suikerziekte is dan ook vergelijkbaar met die van een gezonde hond. Er zijn echter wel een aantal complicaties waar u rekening mee moet houden.

Hypoglycemie

De belangrijkste complicatie is hypoglycemie of een te laag bloedsuikergehalte. Dit ontstaat doordat er ‘relatief’ gezien teveel insuline is gegeven, bijvoorbeeld doordat de hond veel minder gegeten heeft dan anders, of plots veel meer glucose verbruikt heeft door een grote inspanning. De symptomen hiervan zijn vaak honger, sloom zijn en trillen, maar kunnen eindigen in een epileptische aanval en coma, wat levensbedreigend is. In zo’n geval moet u de hond zo snel mogelijk iets te eten aanbieden, maar als hij daar niet meer toe in staat is, zult u zelf iets zoets (druivensuiker, honing) op het mondslijmvlies moeten wrijven en daarna zo snel mogelijk contact opnemen met uw dierenarts.

Cataract

Een ander veel voorkomende complicatie bij de hond is cataract, ofwel staar. Dit ontstaat doordat het hoge glucosegehalte in het bloed ook leidt tot meer glucose in de lens. Dit wordt na verloop van tijd omgezet in sorbitol en fructose (twee andere suikers). Sorbitol trekt water aan, waardoor de vezels van de lens kapot gaan, de lens vertroebelt en de hond blind wordt. Bij honden met suikerziekte gaat dit proces redelijk snel, waardoor honden in het begin vaak wat moeite hebben met hun handicap. De meeste honden leren hier echter wel mee leven, maar anders is het mogelijk om de vertroebelde lens operatief te verwijderen.

Benno

We zijn nu enkele maanden verder en met Benno gaat het heel goed. Hij is weer de hond zoals hij was voordat hij suikerziekte kreeg en de eigenaren zijn zeer tevreden. Het geven van insuline is een dagelijkse routine geworden, en ze zijn zelfs zover dat ze tegenwoordig ook Benno zijn bloedsuiker zelf meten. ‘Hij weet dat hij daarna een koekje krijgt, dus hij gaat er echt voor zitten en van het prikje in zijn lip voelt hij gelukkig nauwelijks iets.’ De waarde die ze meten, bellen ze naar mij door en ik pas indien nodig de dosis insuline aan. De eigenaren voelen zich hiermee zekerder en hoeven niet meer zo vaak met Benno naar de praktijk te komen, wat hem veel stress bespaart.