Chippen

Chippen: Een diervriendelijke identificatiemethode

Identificatie

Chippen en registreren van uw hond: belangrijk en verplicht!

Sinds 1 april 2013 is er in Nederland een chip- en registratieverplichting. De ministerraad heeft ingestemd met een voorstel van Economische Zaken om alle pups te laten chippen. Als hondeneigenaar betekent dit dat de pup binnen 7 weken na de geboorte gechipt moet zijn en geregistreerd. Ook honden die geïmporteerd worden uit het buitenland, moeten voorzien zijn van een chip en centraal aangemeld zijn.

De chip

De chip is een gesloten buisje van bioglas. Hierin zit een microchip en een klein spoeltje dat als een soort antenne dienst doet. De chip is klein: 13,4 mm lang en 2 mm in doorsnede, ongeveer net zo groot als een rijstkorrel. Het bioglas zorgt ervoor dat de chip in het weefsel vastgroeit en niet wordt afgestoten. In de chip is een unieke 15-cijferige code opgeslagen. Deze is fraudebestendig, want hij kan niet worden veranderd.

Het aanbrengen van de chip

Het aanbrengen van de chip is eenvoudig. Met behulp van een speciaal injectieapparaatje wordt de chip via een holle naald onder de huid van het dier geïnjecteerd. Sommige dieren kunnen reageren, maar het is een stuk minder pijnlijk dan het aanbrengen van een tatoeage zoals in het verleden. De standaard plaats voor het aanbrengen van een chip bij de kat en de hond is onderhuids tussen de schouderbladen of links voor het schouderblad. Op deze plaats zal de chip in het onderhuidse weefsel vastgroeien. Het dier merkt er niets van dat hij een chip draagt. Verder is de chip aan de buitenkant niet zichtbaar en dus ook niet ontsierend. Invloeden van buitenaf hebben geen effect op de chip die veilig onder de huid verborgen zit.

Registratie

Registratie van de chip is belangrijk. Alleen als de chip ergens geregistreerd is, kan uw huisdier ook daadwerkelijk geïdentificeerd worden. Het chipnummer wordt bij registratie dus gekoppeld aan de gegevens van uw dier en uw contactgegevens. Als de chip is aangebracht wordt een registratieformulier ingevuld met de gegevens van het dier en de eigenaar. Soms doet de dierenarts dit al voor u. Dit formulier wordt doorgestuurd en de gegevens worden geregistreerd in een speciale databank, namelijk de Nederlandse Databank voor Gezelschapsdieren (NDG). Daarna krijgt de eigenaar een bewijs van registratie thuis gestuurd of bevestiging per mail.

Aflezen van de chip

De cijfercode van de chip kan worden afgelezen met een zogenaamde reader, een speciaal afleesapparaat. De reader wordt langs het dier gehaald en als deze in de buurt van de chip wordt gehouden geeft de reader een onschadelijk signaal af. Hierdoor wordt de chip actief en antwoordt naar de reader met de 15-cijferige identificatiecode. Deze wordt dan op het schermpje van de reader getoond. Ook in het buitenland kan de code afgelezen worden als de reader voldoet aan de ISO-standaard. Als het een Nederlands dier betreft begint de code met de Nederlandse landcode 528, waardoor men weet dat er in een Nederlandse databank moet worden gezocht naar de eigenaar.

Weggelopen, vermist of gestolen

Als een vermist dier wordt gevonden dan wordt met de reader nagegaan of het dier een chip heeft. Aan de hand van het chipnummer wordt opgezocht waar het dier geregistreerd staat. Via de databank voor gezelschapsdieren kan zo de eigenaar van het dier opgespoord worden. Ook fraude kan via deze weg opgespoord worden en zogenaamde eigenaren die met een gestolen dier langskomen kunnen door de mand vallen. Bij veel dierenklinieken staan de chipnummers van de patiënten namelijk geregistreerd.

Op internet via www.chipnummer.nl vindt u de verschillende databanken.

Niemand hoopt dat het ooit zover hoeft te komen, maar een vermist dier met een chip vindt de weg naar huis veel gemakkelijker terug.