Castratie van de hengst

Waarom castreren?

Het castreren van de hengst (‘ruinen’) wordt door de wet gezien als een zogenaamde nutsoperatie. Dit houdt in dat door de ingreep het dier meer geschikt wordt voor de sport en recreatie. Hengsten worden al eeuwenlang gecastreerd, alhoewel de methodes de afgelopen decennia natuurlijk veel diervriendelijker zijn geworden.

Door de castratie stopt de aanmaak van testosteron. Dit is het mannelijk hormoon dat zorgt voor hengstengedrag en het ontwikkelen van de typische lichaamscontouren van een hengst. Een gecastreerde hengst wordt een ruin genoemd.

Testosteron is ook het hormoon wat ten dele zorgt voor het stoppen van de lengtegroei van de botten. In theorie wordt een ruin dan ook wat groter dan wanneer hij hengst was gebleven, omdat de groei pas later stopt. In de praktijk blijkt dit verschil zo minimaal te zijn dat het op jonge leeftijd castreren om de schofthoogte te vergroten niet nuttig blijkt.

Het uiterlijk van een ruin zal meer neigen naar die van een merrie dan die van een hengst. Dit is wel afhankelijk van de leeftijd waarop er wordt geruind. Op oudere leeftijd (na 3 jaar) zullen er meer uiterlijke kenmerken maar mogelijk ook gedragingen van de hengst behouden blijven.

Redenen om een hengst te laten castreren zijn velerlei:

  • het voorkomen of stoppen van hengstengedrag (dominant, bijterig, veel schreeuwen en brullen, snel afgeleid als er merries in de buurt komen, willen vechten met andere paarden, ongewenste dekneigingen)
  • het paard wordt samen met merries gehuisvest
  • de hengst is ongeschikt (geworden) voor dekdienst
  • stallingsomstandigheden vereisen dit (veel maneges en pensionstallen accepteren geen hengsten)

In het algemeen kan worden gezegd dat het verstandig is om een hengst te laten ruinen behalve wanneer er zwaarwegende redenen zijn dit niet te doen. Voor de gemiddelde ruiter is een ruin in dagelijkse omgang makkelijker, betrouwbaarder en veiliger. In de omgang met hengsten is een hoge mate van consequentie en ervaring nodig en de huisvesting dient er op aangepast te zijn (weilanden met extra hoge omheiningen, boxen apart van merries, ervaren personeel). Het voordeel van hengsten boven ruinen is dat een hengst in professionele handen voor de topsport net dat beetje extra uitstraling en motivatie kan hebben. Met name voor de internationale dressuursport kan dat verschil van belang zijn. Natuurlijk zijn er ook zeer makke hengsten die eenvoudig tussen de merries gereden kunnen worden en zeer vervelende ruinen die nog steeds willen dekken, maar dat zijn uitzonderingen.

Wat zijn de mogelijkheden?

Het castreren zelf kan via meerdere methodes, alle met hun eigen voor- en nadelen.

Staand onbedekt

De oudste en snelste manier is de methode die door de meeste castreurs wordt beoefend, dit noemt men ‘staand onbedekt castreren’.

Hierbij krijgt het paard eerst een sederende injectie (‘sufmaker’) en een praam opgezet. De praam zorgt voor het aanmaken van endorfines, natuurlijke opiumachtige hormonen. Daarna worden de balzakken zo goed mogelijk gereinigd en gedesinfecteerd, waarna in elke testikel een verdovingsvloeistof wordt geïnjecteerd. Nu snijdt de castreur de onderkant van de balzak open waardoor de kale bal (‘onbedekt’) naar beneden floept. Op de verbinding tussen de bal en het lichaam wordt nu een tang gezet welke de bloedvaten en zaadstreng kapot knijpt. Deze tang moet gedurende enige minuten blijven zitten om adequate bloedstelping te veroorzaken. Soms gaat de castreur in deze tussentijd door met het insnijden van de 2e balzak en plaatst ook hier al een tang. Als er voldoende tijd lijkt te zijn verstreken wordt de bal onder de tang afgesneden en de tang weer verwijderd. De restanten van bloedvaten en zaadstrengen verdwijnen nu tot diep in de liezen. De snedes in de balzakken worden niet gehecht om zo het aflopen van wondvocht toe te laten.

Voordelen:

  • snel en goedkoop, hele ingreep duurt gemiddeld 20 minuten
  • paard blijft staan dus geen kans op verwondingen bij het opstaan
  • geen kans op infecties op hechtmateriaal, want er wordt niets afgebonden
  • kan aan huis worden uitgevoerd

Nadelen:

  • gevaar van verwonding van paard en mens doordat het paard slechts wat suf is gemaakt en ten dele de pijn van de ingreep nog voelt, paarden kunnen ondanks de sedatie zeer snel en gericht uitslaan!
  • doordat er geen hechtmateriaal wordt gebruikt is de kans op nabloeden aanwezig, met mogelijk fatale gevolgen
  • doordat alles open wordt gelaten is er een kans van ongeveer 1 op 100 dat er ofwel stukken buikvlies ofwel darmen door de wond heen naar buiten komen. Indien dit met darmen gebeurt is dat een absoluut spoedgeval, het paard dient na tussenkomst van een dierenarts zo snel mogelijk naar een grote kliniek te worden vervoerd om daar een dure behandeling en mogelijk zelfs een koliekoperatie te ondergaan!
  • deze methode is enkel geschikt voor jonge hengsten met relatief kleine testikels, volwassen hengsten hebben vrij veel kans op grote zwellingen en infecties
  • de eigenaar moet de ex-hengst de eerste dagen voldoende beweging geven en scherp letten op tekenen van ontsteking of uitstulpingen van buikvliezen of darmen
  • een castreur is géén dierenarts! Alhoewel de meesten zeer bedreven zijn in hun vak kunnen zij eventuele complicaties, of die nu direct of later optreden, vaak onvoldoende oplossen.
  • in sommige gevallen zal goedkoop dus duurkoop worden, met een kans op het verlies van het dier
    de hersteltijd is relatief lang, zeker een week of 2
  • soms ontstaat er een ontsteking die later operatief verwijderd dient te worden
  • onmogelijk bij kleine pony’s omdat deze te laag bij de grond zijn. Indien er voor wordt gekozen deze dieren te kluisteren en om te trekken, zodat de ingreep liggend aan het wakkere paard wordt uitgevoerd, stijgt de kans op het naar buiten komen van stukken buikvlies of darmen.

Liggend halfbedekt

De tweede vaak gebruikte methode, en de methode die tot voor kort de voorkeur had is ‘liggend halfbedekt’.

Deze methode houdt in dat het dier thuis in schone omgeving (weiland of nieuw ingestrooide stal) of op de kliniek eerst onder volledige narcose wordt gebracht. Dit gebeurt door middel van eerst een sedatie en vervolgens een inleiding met injectievloeistof welke het paard in diepe narcose brengen. De hengst zal nu slapend omvallen waarbij hij zoveel mogelijk gestuurd en ondersteund wordt. Eenmaal liggend wordt een infuus aangekoppeld zodat het dier ook in slaap blijft. Vervolgens worden de voorbenen en het onderliggende achterbeen (de hengst ligt op z’n zij) aan elkaar gebonden d.m.v. kluisters. Het bovenliggende achterbeen wordt naar voren getrokken en met een touw naar de hals vastgezet. Nu worden de testikels soms wel, soms niet ingespoten met een verdovingsvloeistof. De dierenarts schat de noodzaak hiertoe ter plekke in aan het karakter en de reacties van de hengst op de narcose. De balzakken worden indien nodig geschoren en daarna gereinigd en ontsmet. Er wordt een steriele operatiedoek om het gebied aangebracht. De dierenarts opent een steriel operatiesetje met messen en tangen en trekt zelf steriele operatiehandschoenen aan.

Nu wordt de balzak ingesneden waarna de bal ook hier tevoorschijn ‘floept’. De hals van de bal wordt van bindweefsel en onderhuidsvet ontdaan en er wordt een tang geplaatst. De tang wordt nu echter niet op de kale zaadstreng en bloedvaten gezet maar ook over een vlies vanuit de buikwand komend. De tang wordt weer losgemaakt en op de plek waar deze voorheen zat wordt een steriele hechtdraad geknoopt (‘ligatuur’). Deze draad voorkomt het nabloeden uit de bloedvatstompen én sluit de toegang tot de buikholte af.

De testikel wordt nu afgesneden of afgeknipt en de dierenarts controleert de restanten van de bloedvaten op eventueel toch nog nabloeden. Vervolgens verdwijnt deze ‘stomp’ in de liesholte. Ook hier wordt de balzak zelf niet dichtgehecht. Voor de 2e testikel wordt de zelfde procedure gevolgd en als deze ook is verwijderd volgt een injectie in de spieren met een antibioticum (meestal penicilline) en in de bloedbaan met een pijnstiller. Als alles gedaan is wordt het narcose-infuus afgekoppeld en wordt de ex-hengst na 15 tot 45 minuten weer wakker. Nadat het paard weer in de benen is kijkt de dierenarts nog vluchtig of de wond teveel bloed druppelt, en zo niet dan is alles in orde.

Nazorg door de eigenaar bestaat uit het geven van voldoende beweging (dagelijks meerdere malen afstappen/stapmolen/longeren of weidegang). De wond dient niet afgespoten te worden, behalve na overleg met de paardenarts. Bij twijfel de lichaamstemperatuur van het dier opnemen en contact opnemen met de dienstdoende paardendierenarts.

Voordelen:

  • kan zowel aan huis als op de kliniek worden uitgevoerd
  • relatief goedkoop, meestal rond de € 250,00 inclusief visite/consult
  • geen kans op stukken buikvlies of darmen door de wond heen naar buiten doordat er een hechting wordt gezet die de buikholte afsluit
  • relatief snel, hele ingreep begin tot eind duurt gemiddeld 1 uur
  • veiliger voor paard en mens dan staand onbedekt

Nadelen:

  • minder geschikt voor volwassen hengsten (>3 jaar) omdat die meer kans hebben op infecties en grote wondzwellingen
  • voor aan huis moet er wel een schone, stevige stal beschikbaar zijn en voor op de wei moet het weer wel meewerken
  • de ex-hengst dient de eerste dagen voldoende beweging te krijgen en er dient gelet te worden op extreme zwellingen van de balzakken
  • de hersteltijd is relatief lang, zeker een week of 2
  • soms ontstaat er een ontsteking die later operatief verwijderd dient te worden

Over de lies

De derde methode is ‘over de lies’. Dit kan alleen in de kliniek op de operatietafel.

De aanvang is hetzelfde als bij de liggende halfbedekte methode, alleen nu wordt de hengst als deze eenmaal onder narcose is op een operatietafel getild. Het dier wordt op de rug geplaatst en de narcose wordt in stand gehouden via een buis in de luchtpijp (‘tube’) waardoor bij elke ademteug pure zuurstof vermengd met narcosegas (isofluraan) wordt ingeademd. Deze manier van in slaap houden is uitermate betrouwbaar en veilig en wordt geregeld door een ervaren assistente. De achterbenen worden naar achter en opzij gebonden zodat de dierenarts vrij zicht heeft over het liesstreek. Dit gebied wordt geschoren en uitgebreid gewassen en gedesinfecteerd, waarna er steriele operatiedoeken over worden geplaatst. De dierenarts heeft zich inmiddels gehuld in een steriele operatiejas met steriele operatiehandschoenen, en gebruikt een haarnet en mondkapje.

Nu begint de eigenlijke ingreep: er wordt een snee in de huid gemaakt ter hoogte van de liesring. Dit is het gat in de buikwand waar doorheen de bloedvaten en zaadstreng de buik verlaten. Deze worden door het gat naar buiten getrokken en nemen zo de testikel mee de balzak uit. Alles wordt nog bedekt door het vlies vanuit de buikwand en over dit geheel wordt nu de tang geplaatst om alles weer te ‘kneuzen’. Ook nu wordt er na verwijdering van de tang een ‘ligatuur’ geplaatst op de plek waar eerst de tang zat. De testikel wordt onder deze hechting afgeknipt of afgesneden. Het kleine huidwondje in de lies wordt nu gehecht met oplosbaar hechtdraad en de andere kant wordt op identieke wijze gedaan. Het dier krijgt nog een injectie met antibioticum en pijnstiller.

Als alles klaar is wordt de ex-hengst de uitslaapbox (‘recovery’) in getakeld en slaapt daar verder z’n roes uit. Door het snelle uitademen van de narcosegassen zal hij vaak al na zo’n 15 minuten weer staan. Om beschadigingen tijdens het wakker worden te voorkomen kan een kap aangebracht worden om het hoofd, een soort zacht valhelmpje.

De nazorg voor de eigenaar bestaat uit voldoende beweging geven (meerder malen per dag afstappen/stapmolen/longeren of weidegang). De gesloten wond dient niet afgespoten te worden. Ook nu bij twijfel contact opnemen met de dienstdoende paardendierenarts.

Deze methode wordt momenteel gezien als meest optimaal voor alle hengsten met normaal ingedaalde testikels.

Voordelen:

  • nagenoeg geen kan op infecties vanwege steriliteit en dichthechten van de huidwond
  • snel herstel, gemiddeld minder dan 1 week
  • minste kans op zwellingen, ook voor oudere en ‘groot geschapen’ hengsten
  • eigenaar hoeft dier nauwelijks te controleren
  • zeer veilige narcose door het gebruik van narcosegassen i.c.m zuurstof

Nadelen:

  • kosten liggen hoger, rond de € 520,00
  • kan natuurlijk niet aan huis

Daarnaast wordt door sommige dierenartsen nog ‘staand halfbedekt’ gecastreerd. Dit houdt in dat de methode van ‘liggend halfbedekt’ wordt uitgevoerd aan het staande dier. Door onze kliniek wordt deze methode al jaren niet meer gehanteerd vanwege de grote kans op infecties. In onze optiek verenigt het eigenlijk enkel de nadelen van ‘liggend halfbedekt’ met de risico’s van ‘staand onbedekt’.

Laparoscopisch castreren

De bovengenoemde castratiemethoden zijn enkel geschikt voor hengsten met 2 ingedaalde testikels, alhoewel de methode ‘over de lies’ ook kan voor hengsten met 1 of 2 bijna ingedaalde testikels. Deze moeten dan wel onderweg zijn, dus in de lies te voelen alvorens men aan de ingreep begint.

Voor klophengsten die ‘abdominaal cryptorch’ zijn, dus met één of beide testikels nog in de buikholte, is een ingreep mogelijk via een kijkoperatie. Dit noemt men ‘laparoscopisch castreren’.

In de zijkant van de buikwand van het staande, versufte en verdoofde paard worden kleine steekgaten gemaakt. Hier doorheen worden buizen met een camera, een lamp en een grijper in de buikholte gebracht. Met dit instrumentarium wordt het bloedvat dat de testikel voorziet afgebonden. De testikel wordt dus niet wordt verwijderd maar zal verschrompelen en afsterven.

Helaas is er een kans van ongeveer 5% dat er nóg een bloedvat, via de buikwand, naar de testikel toeloopt. Deze zal dan de functie van het afgebonden bloedvat overnemen en de testikel dus levend houden. Dit gebeurt eigenlijk alleen bij testikels die niet cryptorch zitten, een gewoon ingedaalde bal dus. Die zal dan in een 2e operatie op een van de andere methodes verwijderd moeten worden. Om dit op te sporen wordt bij laparoscopisch gecastreerde hengsten na 7 tot 10 dagen een bloedmonster afgenomen om de hoeveelheid testosteron in het bloed te meten. Deze moet bij een geslaagde operatie gelijk zijn aan die van een ruin.

Laparoscopisch castreren is slechts mogelijk bij enkele klinieken in Nederland, onze kliniek verwijst deze dieren meestal door naar de Universiteit in Utrecht. Daar zal de hengst dan ongeveer 2 weken verblijven. Alvorens de operatie wordt uitgevoerd mag het dier enkele dagen niet of weinig eten om de darmen zo leeg mogelijk te maken. Anders kan de chirurg door de volle darmen de bloedvaten niet in beeld krijgen.

Nazorg voor de eigenaar is er nauwelijks. Op het moment dat de hengst weer naar huis mag zijn in de meest gevallen de hechtingen al uit de zijkant van de buikwand verwijderd en is het dier klaar om weer in training te worden genomen. Bij twijfel contact opnemen met de specialistische kliniek waar de laparoscopie is uitgevoerd óf met de dienstdoende paardenarts, ook nu eerst de lichaamstemperatuur opnemen.

Alhoewel deze ingreep als high-tech gezien mag worden is deze daarom niet diervriendelijker dan eerder genoemde methodes. Om zicht te krijgen in de buik wordt deze ‘opgeblazen’ met een niet brandbaar en niet giftig gas. Dit gas kan echter wel een prikkeling van de ingewanden veroorzaken dat door het paard enkele dagen later als buikpijn wordt ervaren. Niet gevaarlijk, maar ook niet aangenaam. Hierom en omdat in sommige gevallen een 2e operatie nodig is bij normale testikels is een laparoscopische castratie alleen aan te raden bij klophengsten.

Vroeger voor de opkomst van de laparoscopie werden deze dieren middels een buikoperatie gecastreerd. Voordeel was wel dat beide testikels verwijderd werden, heroperatie bij een geslaagde ingreep was dus nimmer noodzakelijk. Nadeel is een verhoogde kans op complicaties in de vorm van buikvliesontstekingen. Wij verrichten deze ingreep op deze wijze zelden, maar op aanvraag is het zeker mogelijk.

Verder zijn er nog enkele zelden gebruikte variaties op de al eerder genoemde methodes. Deze worden in Nederland eigenlijk niet (meer) uitgevoerd omdat ze geen voordelen bieden en hier wordt dan ook niet verder op in gegaan.
Wat is het beste voor mijn hengst?

De keus voor een methode is afhankelijk van de leeftijd van de hengst, het wel of niet aanwezig zijn van 2 testikels, eerdere ervaringen en voorkeuren en de financiële draagkracht van de eigenaar

In het algemeen kan gesteld worden dat de methode ‘over de lies’ bij hengsten ouder dan 3 jaar het meest ideaal is. Bij deze dieren komen na ‘staand onbedekt’ of ‘liggend halfbedekt’ relatief te vaak complicaties voor die het financiële voordeel ten opzichte van ‘over de lies’ teniet doen. Het is namelijk zo dat bij een overigens correct uitgevoerde halfbedekte castratie eventuele nazorg van ontstekingen en zwellingen volledig voor rekening van de eigenaar komt. Eigenlijk is ‘over de lies’ zelfs voor jongere dieren de beste ingreep.

‘Staand onbedekt’ wordt door onze kliniek niet uitgevoerd, hiervoor zal dus contact moeten worden opgezocht met een castreur. De redenen dat wij deze methode niet hanteren is het gevaar van de mogelijk optredende complicaties, en de relatief grote kans hierop, samen met het gevaar dat wij zelf lopen tijdens het uitvoeren van de ingreep. Eigenlijk is deze methode zowel ethisch als technisch niet meer van deze tijd. Namen en adressen van castreurs zijn vaak wel via-via te verkrijgen, wij spelen hierin geen bemiddelende rol.

‘Liggend halfbedekt’ is een acceptabel altrenatief voor jongere hengsten. Het liefst voeren wij deze ingreep in de lente of herfst uit indien het aan huis dient te gebeuren. Dit vanwege de vliegen in de zomer, die zorgen voor meer kans op infecties. En ’s winters in de kou is de castratie zowel voor dier als arts weinig aantrekkelijk. Op de kliniek kan deze ingreep wel het jaar rond uitgevoerd worden. De hengst wordt dan ’s ochtends of een dag van te voren gebracht, en mag de dag na de castratie weer naar huis. Stallingskosten voor deze periode worden niet gerekend.

Voor hengsten met niet ingedaalde testikels wacht men af of de testikel alsnog verschijnt (tot 3 jaar oud is hier enige kans op). Anders wordt het een keuze tussen bij voorkeur laparoscopisch castreren of anders proberen of het via de lies gaat.

Hengsten dienen vóór castratie een geldige basisenting tegen tetanus en influenza te hebben ontvangen, zo niet dan wordt een eerste enting tijdens de castratie gegeven. Dit omdat castratie één van de momenten is waarop een infectie met tetanus opgelopen kan worden.

Alvorens een narcose wordt toegediend wordt o.a. het hart beluisterd i.v.m. een verhoogd narcoserisico bij hartruis en hartritmestoornissen. Indien bij het pre-anesthetisch onderzoek afwijkingen worden geconstateerd of wanneer de hengst anderszins niet optimaal gezond is, zal overlegd worden met de eigenaar of er eerst nadere onderzoeken of behandelingen dienen plaats te vinden. Het is mogelijk om voor de ingreep een verzkering af te sluiten. Meer info hierover is o.a. te vinden op www.hippozorg.nl.

Twijfelt u nog, bel dan tijdens het telefonisch spreekuur tussen 8.15 en 9u op werkdagen naar 0180-450127. Wij helpen u graag om voor uw omstandigheden de meest verstandige keus te maken en geven ook graag een nauwkeurige prijsopgave. Controleer alvorens een afspraak te maken zo mogelijk eerst of er al 2 testikels aanwezig zijn.

Complicerende factoren zoals minder hygiënische omstandigheden op locatie of niet volledig ingedaalde testikels bij liggend halfbedekt kunnen een vervolgkuur met antibiotica noodzaken. Deze kosten zijn niet op voorhand in te schatten maar kunnen enkele tientallen euro’s bedragen.

In wetenschappelijke onderzoek is na halfbedekte castratie bij 1 op 10 hengsten te veel wondzwelling of zelfs een infectie gerapporteerd, vooral bij hengsten die na castratie enkel boxrust kregen. Overmatige wondzwelling mindert vaak met meer beweging en het koud afspuiten van de wond met leidingwater, eventueel aangevuld met ontstekingsremmers en/of vochtafdrijvers. Neem alvorens een behandeling in te stellen altijd eerst contact op met de dienstdoende paardenarts (06-53564215)!

Indien het paard buiten ons verzorgingsgebied is gestald zal de eventuele nazorg door uw eigen dierenarts dienen te gebeuren. Bij infectie na de halfbedekte ingreep (‘funiculitis’) wordt in eerste instantie langdurig antibiotica voorgeschreven. Is dit onvoldoende dan dient de wond opgefrist te worden, soms operatief. Deze complicaties zijn voor risico van de eigenaar.